Liefde als levenshouding
Liefde als levenshouding
Een interview met markeerders Wim en Marianne Groos
Wim en Marianne Groos waren 10 jaar markeerder bij de Walk of Wisdom. Begin dit jaar namen ze afscheid. Tijd voor een interview! Echt een klusje voor Damiaan dachten we. Als voormalig pionier van onze route houdt hij zich op broederdamiaan.nl bezig met wat liefde en wijsheid is.

Terwijl ik mijn fiets vastmaak aan het hek voor hun huis, zwaait de voordeur open. Een stralende Marianne komt naar buiten en geeft me drie hartelijke zoenen. Wim is er nog niet. Even later komt hij binnen, hijgend: hij heeft zich gehaast. Vanochtend hardlopen, vanmiddag vrijwilliger bij het Repair Café, morgenvroeg cantor in de kerk. Voor Marianne is het niet anders. Bijna 80, maar nog volop in beweging.
“Hee, wat is er?”, vraag ik Wim, die met zijn been trekt. Hij haalt zijn schouders op. “Ach, bij ons hardloopclubje doet iemand van 92 mee.” Fier: “Het gaat niet om de snelheid. Het gaat om de gezelligheid, de verbinding, elkaar een beetje prikkelen.”
Die houding herken ik: zin voor gemeenschap. Gemoedelijk. Niet streng. Met humor. Wat is jullie bron?
Om en om voeren ze het woord: opgegroeid in dezelfde buurt, dezelfde kleuterschool, “wij schelen 28 dagen:” glunderen ze in koor. Bij de scouting kwamen ze samen. Marianne was er Akela, begeleider van de welpen. Toen ze hoorde dat Wim erbij kwam, riep ze: “Als Wim Groos erbij komt, ben ik weg!” De familie Groos had een reputatie. “Zijn moeder was…” Marianne kijkt aarzelend naar Wim, die gretig invalt: “nogal een madam.” Marianne: “Altijd vooraan in de kerk, met zo’n deftige hoed…” Wim kwam erbij. Marianne bleef. Ze zijn inmiddels 56 jaar getrouwd.
De buurt is voor Wim en Marianne niet alleen nostalgie, maar een weefsel van mensen. Naast het huis waar ze wonen, werd Wim geboren, woonden vijf generaties Groos, hadden ze samen bijna veertig jaar een elektronicazaak.
Onder hun zaak was een kelder met een barretje. Bij feestavonden, als de kinderen op bed lagen, kwamen buurtgenoten langs. Ook bewoners uit het nabijgelegen klooster. Er werd muziek gemaakt, gelachen en gezongen. Er werden goede gesprekken gevoerd. “We hadden één regel,” zegt Wim. “Alles wat in de kelder gebeurt, blijft in de kelder.” Hij glimlacht. “Ik herinner me hoe een pater met een buurvrouw aan het dansen was. Niks geks, schouder aan schouder. Elders kon dat niet. Bij ons in de kelder kon het wèl.”
De kelder was ook een broedplaats van gezamenlijke acties, zoals een benefiet boekenmarkt voor een weeshuis van Moeder Theresa in Calcutta. Een destijds beroemde schrijver – Toon Kortooms – kwam persoonlijk langs om te signeren. Wim: “Samen iets goeds doen, ontspannen, lol hebben, maar ook diepgang. Die geest van saamhorigheid heeft ons gevormd”.
Geven zonder boekhouding
“Is het geloof jullie bron?” vraag ik. Ze schudden allebei hun hoofd. Wim: “Het is meer natuurlijk. Het komt uit ons zelf.” Al vinden ze in het geloof wel inspiratie dat het vriendelijker kan in de wereld.
Marianne: “We kregen het van huis uit mee. Mijn vader was politieman. Hij hielp in stilte. Zo moest hij in de oorlog iemand ‘s nachts van bed lichten. De man was fout, ècht fout, maar hij vroeg thuis aan mijn moeder of ze nog een jas voor hem had — het was koud in de cel. ‘Een mens blijft een mens,’ vond hij.” Kort na de oorlog ging de deurbel. Op de stoep vonden ze een pakket met een briefje: “bedankt voor de jas”. In het pakket zat een prachtig schilderij. Ik kijk ernaar. Het hangt al jaren bij Marianne en Wim in de huiskamer.
Marianne: “Bij het vissen zat mijn vader een keer naast een man die er ziekelijk uitzag. De man hoestte stilletjes.” Het bleek een kunstschilder, die voor zijn gezin eten bij elkaar moest vissen. Thuis zijn mijn vader tegen mijn moeder: “Kom, we gaan een paar schilderijen kopen. Dan hebben ze wat te eten.” De schilderijen hangen boven in de slaapkamer.
Wim steekt enthousiast van wal over de zus van zijn moeder: een missiezuster in Afrika: “Het ging haar niet om het winnen van zieltjes, maar om het helpen van mensen.” In een oerconservatieve tijd hielp ze jonge vrouwen aan anticonceptie middelen. “Ze smeekten haar erom, omdat ze anders hun kinderen niet te eten konden geven.” Wim: “Terug in Nederland pasten al haar aardse bezittingen in één bananendoos. Dat vonden wij mooi. Ze hechtte niet aan luxe.”
Die voorbeelden zijn niet vergeten. Bij de geboorte van elk van hun vier kinderen hielden ze een ‘geboortefuif’. Ze vroegen geen cadeautjes, maar donaties voor Moeder Theresa’s weeshuis in Calcutta. “Wij hebben daar ook lang kinderen geadopteerd, nu ondersteunen wij lokale projecten,” zegt Marianne. “Je eigen kind zet je toch ook niet bij het vuil?”
Wim rijdt nog voor de Zonnebloem, doet de redactie van de kerkwebsite. Marianne is bestuurslid van een steunfonds, dat voedselpakketten uitdeelt aan mensen in de buurt. Samen bezorgen ze tweehonderd wijkbladen. “Het moet toch gedaan worden,” zegt Wim. “Wij voelen die verantwoordelijkheid.”
Hardop verzucht ik: “Jullie zijn met pensioen! Worden jullie niet moe van al dat geploeter voor anderen?!”
Wim, stellig: “En dan? Ontbijtje, krant lezen. Een ommetje. Lunchen. Een dutje doen?” Marianne: “Leven zonder vrijwilligerswerk zou voor ons leeg zijn.”

Ik vraag waarom. Wim: “Je krijgt er een goed gevoel van. Maar dat is geen doel op zich.” Marianne: “Natuurlijk word ik blij als we de wijkkrant rondbrengen en iemand pakt een krant aan: wat fijn dat je dit doet! Maar daar doen we het niet voor.” Wim: “Het goede gevoel bevestigt dat het goed is. Het is een bevestiging dat je op de goede weg zit.”
Goed doen zonder boekhouding. Onafhankelijk van het resultaat. Met als basis oprechte intentie, als iets natuurlijks. Zonder er iets voor terug te verwachten. Marianne: “Anders is het geen liefde.”
“Maar wat is liefde dan?” vraag ik Marianne. Helder: “Liefde is iets voor elkaar over hebben, ook al vind je het zelf niet zo fijn om te doen. Wim lust graag pompoensoep voor het slapen gaan. Dat is best veel werk. Ik kook liever simpel. Maar Wim vindt het fijn, daarom doe ik het toch. Ik zie hem dan genieten. Dat is toch mooi?”
Wim: “Ik vergeet nooit hoe ik in het Repair café een oma heb geholpen met haar first Sony, een kleine, draagbare cassette recorder. De vrouw wilde het zo graag aan haar kleinkind laten horen. Maar ik kreeg het maar niet gerepareerd. Ik nam het mee naar huis en na uren prutsen lukte het toch. Toen de vrouw het ophaalde, stopte ze er een bandje in. Je raadt nooit wat er toen speelde….:” Hij kijkt me met glinsterende ogen aan: “DANK-U-SIN-TER-KLÁÁÁSJE.”
Een route als gemeenschap
Bij de Walk of Wisdom was hun taak het markeren van een stuk pelgrimsroute vlak achter hun huis. Wim was ook ‘routedokter’ — een woord dat hij zelf bedacht. Met grondboor en paal fietste hij eropuit om ontbrekende bordjes bij te schroeven of een nieuwe markering in de grond te zetten. Samen dachten ze mee over het startpakket voor de pelgrims. Een paar maanden voor de officiële opening liepen ze de route proef, met fotokopieën van de conceptgids in de hand. “Alle proeflopers kwamen daarna samen om soep te eten,” herinnert Marianne zich: “Oergezellig.”

Nu, bijna tachtig, hebben ze hun stuk van de route overgedragen. Aan mensen uit de buurt – hoe kan het ook anders – hun overburen. Marianne, beslist: “Ik wil niet meer dat Wim op pad gaat met zo’n zware paal op de fiets.” Helemaal loslaten doen ze niet. Al wandelend komen ze op de route, spreken pelgrims aan. “Die vertellen ons steevast: wat is het toch een fijne tocht.”
Ze herkenden in de Walk of Wisdom iets van de geest die hun leven leidt. Een route waarop mensen in beweging komen en onderweg hun ei kwijt kunnen aan vreemden. Informeel, verbindend, zonder hiërarchie.
Eigenlijk wilde ik een route over de hele wereld ontwikkelen, vertel ik. Om de verbondenheid tussen mensen uit te dragen. Maar het verlangen bleek te groot en er is alleen een ronde rondom Nijmegen. Wim glimlacht: “Probeer de kleine kring rondom Nijmegen te koesteren. Van daaruit kun je de kring groter maken.” Marianne: “Elke regenbui begint met een druppel.”
“Geloven jullie nog in die wereldwijde verbondenheid?”, vraag ik somberder dan ik wil. Wim: “In de week voor Pasen zong ik in een klein groepje met de communiteit van het klooster de `donkere metten.’ In een van de psalmen reciteerden we ‘hoe de vrouwen van de Libanon worden verkracht’. Er is in 2.500 jaar tijd weinig veranderd,” zegt hij nuchter. Maar somber wordt hij er niet van. “Misschien kan mijn kleine gebedje helpen.”
Wijsheid is weten waar je rijkdom ligt
“Al die levenservaring en ook nog 10 jaar bij een pelgrimsroute rond “Wisdom”. Wat is dat dan voor jullie: wijsheid?”
Marianne vertelt over een zus met wie ze een moeizame verhouding had. “Ze had bijna niemand en wij haalden haar steeds op voor het ziekenhuis. Maakten eten voor haar klaar. Maar telkens als ik bij haar was, hoorde ik in mij een stemmetje: ‘wat ben je toch een akelig mens’. Ik luisterde er niet naar en probeerde er toch voor haar te zijn. ‘O Maai, zei ik dan tegen mezelf, slik het maar.’
Toen ze overleed, bleek ze ons met opzet te hebben onterfd. Natuurlijk, daar deden we het niet voor. Maar wat bleef hangen was: waarom? Waarom zo?!” Een tijd lang was Marianne er goed ziek van. Tot ze op haar verjaardag al haar kinderen en kleinkinderen binnen zag komen. “Kijk, wat een rijkdom,” dacht ze. “Mijn zus had geen kinderen. Zij was arm.”
Marianne: “Wijsheid is beseffen waar je rijkdom ligt. Dat je weet wat je gelukkig maakt.” Wim knikt instemmend.
Niet ver van hun huis, buiten, in het Heumensoord loopt een deel van de Walk of Wisdom. Onderdeel van hun buurt. Uit liefde gegroeid. Mede dankzij Marianne en Wim.



