Bernadette Kuiper de 20.000e pelgrim

Bernadette Kuiper is onze 20.000e pelgrim. Om dit bijzondere moment te markeren, besloten we om haar in het zonnetje te zetten: ze kreeg van ons twee overnachtingen kado. Toen ik Bernadette belde, vertelde ze me aarzelend dat ze schrijver is, haar baan heeft opgezegd en dat ze een boek wil schrijven over de dood. Ze wilde op haar pad haar vader en broer uitnodigen om te spreken over de dood van haar zus. Iets wat ze te weinig hadden gedaan, samen spreken over het overlijden van haar zus. Hieronder het verhaal van Bernadette.
Het pijltje van mijn muis hangt boven de knop ‘inschrijven’. Wel, niet, wel, niet… Me inschrijven als ‘pelgrim’ is de enige manier om meer informatie over de wandelroute van de Walk of Wisdom te krijgen. Maar ik weet nog niet of ik het pad wil lopen. Ga ik vrijwillig een pelgrimsroute lopen om de dood van mijn zus, nu vijfentwintig jaar geleden, te overdenken? Nog drie seconden aarzelen en dan klik ik, ‘inschrijven’ en ‘bevestigen.’
Twee minuten later gaat de telefoon. ‘Met Manja van de Walk of Wisdom. Je bent de 20.000e pelgrim! We vinden het leuk om daar wat promotie omheen te doen, maar dan is wel mijn vraag wanneer je wil gaan en of je de tocht in één keer gaat lopen?’ ‘Oh! Nou Manja,’ begin ik, ‘ik weet het nog niet. Ik maak haar deelgenoot van mijn overwegingen. ‘Vijfentwintig jaar geleden overleed mijn zus. Ik was achttien, zij tweeëntwintig. Zo jong waren we en het leven ging zo hard door… Bij jullie op de site staat “Als je geen tijd neemt om over je ervaringen na te denken, word je niet wijzer.” En dus is het misschien tijd om dat alsnog te doen?’
Op twintig september vertrek ik, na een bijzondere vertrekceremonie. Als ons één voor één wordt gevraagd waarom we gaan lopen, weet ik niet goed wat ik moet zeggen. Ik word geholpen door iemand die zegt dat ze ‘verlies een plek wil geven.’ Wat zij zei,’ breng ik snotterend uit. Om kwart over elf steek ik de Waal over, mijn Rubicon. Ik ben euforisch want eindelijk op weg. De anticipatie is voorbij. Ik heb nog maar één taak, doorlopen.
‘De lol is er wel af,’ schrijf ik om twee uur ‘s middags in mijn notitieboekje. Ik ben krap drie uur onderweg, ongeveer twaalf kilometer gelopen. Nog zeseneenhalve dag en honderdvijfendertig kilometer te gaan. Mijn benen en mijn schouders doen pijn. Mijn rugtas is te zwaar. Ik lees het briefje van mijn dochter van elf, dat ze in mijn rugzak heeft gestopt en dat ik pas mocht lezen als ik onderweg ben. ‘Lieve mama, veel succes met je reis! Doe mijn tante de groeten van mij en vergeet niet: “trust your journey, your speed douzind matter, forward is forward!” Gelijk heeft ze.

‘Ah, daar is ze! De 20.000e pelgrim! Ga zitten! Geef dat kind wat te drinken!’ Zo word ik ontvangen bij hotel Sous Les Eglises, waar ik als jubileum-pelgrim gratis mag overnachten. Dit warme bad wordt minstens geëvenaard door camping de Zoete Aagt waar ik de volgende dag, na dertig kilometer lopen, het terrein op kom gestrompeld. Er hangen slingers aan de fantastische pipo-wagen waar ik mag logeren en er staat een fles (alcoholvrije!) champagne klaar. Weg zijn de vermoeide benen en pijnlijke schouders!
En zo vervolg ik mijn pad. Veel te veel kilometers per dag. Soms vloekend, soms huilend. Maar ik voel me de hele tocht lang gekoesterd. Door slingers, beuken-kathedralen, de zon, ‘your speed douzind matter’, mede-pelgrims en natuurlijk het bruine figuurtje langs de route dat me de weg wijst. Die koestering is er altijd, ook vijfentwintig jaar geleden na de dood van mijn zus. Dat was ik vergeten. Ik was vergeten dat er naast het donker, de pijn en de verpletterende stilte ook aandacht, liefde en vrolijkheid waren. Dit inzicht maakt de herinnering zachter, genuanceerder. De dood is niet alleen maar verlies. Dank voor deze prachtige reis en dat ik de 20.000e mocht zijn!




