Jeroen van Zuylen bezoekt namens onze redactie bijzondere locaties aan de route van de Walk of Wisdom. Plekken waar mensen zich thuis hebben gevoeld, thuis voelen, en er naar hartenlust over willen vertellen. Zijn tweede interview doet hij met Karin Hermus, beheerster van de Refter.

Op de stuwwal ten oosten Nijmegen ligt misschien wel de mooiste overnachtingsplek voor de pelgrim van de Walk of Wisdom. Vanuit de Ooijpolder rijst het voormalige Frans meisjespensionaat
Notre Dame des Anges, beter bekend als De Refter, schilderachtig op uit het groen. Op deze magische plek beheert Karin Hermus samen met haar vriend Paul Mollen al meer dan twintig jaar gastenverblijf ‘De Elegast’. Ik spreek haar in de imposante keuken.

Wat een fantastische plek is de Refter! Hoe ben je hier terecht gekomen?

‘Ik kookte in de jaren negentig in de Klinker, het eetcafé van kraakpand De Grote Broek in Nijmegen. Op een keer werden we gevraagd voor de catering bij een feest hier in de Refter.  Ik was meteen verliefd op dit pand met z’n schitterende ligging. Ik kende niemand hier. Maar na dat feest ging ik hier de bardienst op woensdagavonden runnen, samen met Marianne, mijn kookmaatje uit de Klinker. Zo leerde ik de ‘Refterianen’ kennen.

In 1995 kwam ik hier wonen, eerst in een woongroep, later schoof ik door naar een zelfstandige eenheid. Ik ging werken bij gastenverblijf De Elegast. Deze baan was de eerste betaalde baan op de Refter.  Kwaliteit en continuïteit moesten gewaarborgd en dat lukt niet met enkel vrijwilligers. Later kwam ook mijn vriend Paul, die ik op de Refter heb leren kennen, bij de Elegast werken. Maar we ontdekten dat wonen én werken in hetzelfde pand niet ideaal is. Je wordt voortdurend aangesproken over werkzaken, je privéleven valt weg. Uiteindelijk zijn we in 2008 verhuisd naar Kekerdom, tien kilometer verderop. We wonen aan de rand van natuurgebied de Millingerwaard.’  

De Refter in Ubbergen is gebouwd in het begin van de 20ste eeuw, het oudste deel (de villa) zelfs in 1885. Het kloostercomplex is al ruim 35 jaar een woonwerkpand, een van de grootste in Nederland. Er wonen zo’n 75 volwassenen en 15 kinderen, verdeeld over woongroepen, gezinseenheden en eenpersoonswoningen. Er is een biologisch winkeltje, in de kapel zijn geregeld exposities en in de fraaie bibliotheek worden soms concerten georganiseerd. Ook wordt daar aan yoga en tai chi gedaan. Groepen van allerlei pluimage kunnen hier weekenden organiseren en overnachten in ‘De Elegast’. Ook de pelgrim van de Walk of Wisdom vindt hier de laatste jaren een sober, maar gerieflijk onderkomen. 

Kun je iets vertellen over het leven op de Refter?

‘Iedereen kent elkaar hier, het is een klein dorp. De bewoners zijn veelal maatschappelijk betrokken en over het algemeen hoog opgeleid. Geld en materialisme voeren niet de boventoon. Vrijwel niemand werkt in het  bedrijfsleven. Vroeger waren de meeste bewoners werkloos, nu heeft zeker 75% een baan. Verantwoord, duurzaam leven staat voorop. Elkaar helpen. 

Niet dat we heel veel samen doen hoor. Je kunt meedoen aan de gezamenlijke meditatie- en yogaochtenden en het biologisch winkeltje draait fantastisch. Maar de kroeg en de filmavonden lopen al lang niet meer. Vooral bij jongeren is daar minder behoefte aan. Die kijken toch liever ’s avonds een filmpje op hun laptop. 

Maar in het kleine kantoortje is het altijd gezellig. Daar ga je koffie drinken en kun je je ei kwijt. Nu in coronatijd even niet helaas.’ 

Ik herinner me geweldige feesten hier…  

‘Ah ja, in 2010 bestonden we 25 jaar als woon-werkpand en organiseerden we een gigantisch feest. Ik was medeorganisator. Maar ja, onlangs bestonden we 35 jaar, maar niemand wilde iets groots organiseren. Een probleem is ook dat de overheid steeds strenger wordt, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid. Dat gaat de Refter veel geld kosten. We moeten energie-slurpende drogers aanschaffen omdat we de was niet meer in de gangen mogen hangen. Hoezo zelfbeheer?’

Waar bestaat jouw werk uit bij de Elegast?

‘Paul en ik koken voor de groepen die hier verblijven. We koken biologisch en vegetarisch, maar veganistisch kan ook. Toen ik hier begon, aten maar weinig mensen vegetarisch. Vegetariërs, dat waren geitenwollensokken-idealisten! “Voelen we ons wel thuis tussen die hippies hier?” vroegen mensen zich af. Haha! Heel erg dat hokjes-denken toen! Dat is helemaal veranderd. 

Groepen mogen ook zelf koken. En verder doen wij de reserveringen, de financiële administratie, de schoonmaak, onderhoud en de pr. En de contacten met de Refter natuurlijk. 

Tien jaar geleden ging ik officieel uit loondienst en hebben wij de inboedel van de Elegast overgekocht. Sindsdien werken we als ZZP-er in de Elegast. Wij betalen huur aan de Refter. Gaat het goed, dan mogen we de winst houden, gaat het slecht, kost het ons geld. We kunnen hiervan leven, maar het is geen vetpot.’ 

Hebben de Walk of Wisdom-pelgrims de Refter ontdekt? 

‘Ja, vooral het afgelopen jaar! Daarvoor overnachtten er vijf in een heel jaar, nu zo’n tien per maand. Na aankomst kan men kiezen: hier eten of in het dorp [Beek] iets halen. Van ons kunnen ze een fiets lenen. Eten ze hier, dan zetten we het klaar en kunnen ze het zelf opwarmen. Dat geldt ook voor het ontbijt. Lekker zelf je eitje bakken, zelf je tijd bepalen. Wij zorgen ervoor dat alles er is.   

 Met sommige pelgrims krijg je amper contact, anderen ouwehoeren er op los. Soms ontstaat er echt een klik. Ik had op een ochtend hele geanimeerde gesprekken met een wandelaar, dat filosofeerde maar door. We hebben hem toen ’s middags toch maar op pad gestuurd, anders werd het niks meer met zijn Walk of Wisdom.

Of die opa van tachtig. Nadat hij hier aankwam, ging hij eerst nog even naar het dorp lopen. “Dan heb ik dat al gehad”. “Maar dan moet u dat stuk morgen opnieuw lopen”. “Dan pak ik wel de bus”. Maar die bus ging hij missen, dus heb ik hem zelf een eind weg gebracht.’ 

Ben je zelf een wandelaar?

‘Ik houd van wandelen en ga de Walk of Wisdom zeker lopen, misschien dit voorjaar. Maar dan wel in één keer, in pakweg tien dagen. M’n conditie is wel flink achteruit gegaan sinds ik geen hond meer heb, haha!  

Wat mij aantrekt is dat vrijheidsgevoel bij pelgrims. Niet weten waar je de volgende nacht slaapt.  Mensen met een open, vrije geest, daar houd ik van. Niet te hoge verwachtingen, blij met wat er komt.’

Volgens mij ben jij een heel sociaal en idealistisch mens. 

‘Ja, al weet ik dat je af en toe concessies moet doen. De idealen zijn wel m’n richtlijn. Vanuit m’n studie biologie ben ik milieubewust geworden. Gezond eten zonder vlees, biologische groente kopen. Niet omdat dat gezonder zou zijn, maar omdat het goed is voor de aarde, de natuur, het milieu. Geen eten verspillen. Heeft een plant zo z’n best gedaan om een mooie komkommer te worden, moet je niet een groot deel weggooien!

Maar het sociale leven heb ik echt moeten ontdekken. Ik woonde als kind heel afgelegen op een boerderij, bij Breda. Naar school was het achttien kilometer fietsen en ook weer terug. Daardoor had ik niet veel sociale contacten. Alles veranderde toen ik naar Nijmegen kwam. Dat je binnen vijf minuten naar je vrienden om de hoek kon lopen, wat een openbaring! Ik ontdekte het uitgaansleven (De Swing, Diogenes) en ging vaak naar concerten. Toen ik dat alles doorleefd had, werd ik idealistisch en ontdekte ik de alternatieve scene. Eerst in de Klinker, daarna de Refter.’ 

Je voelt je thuis in de alternatieve scene? En dat bedoel ik positief… 

‘Ja, ik heb hier mijn plek wel in gevonden! Ik kwam uit de wetenschappelijke hoek en werkte als bioloog aan de universiteit. In het weekend kookte ik in de Klinker. Koken vind ik leuk, ik kan er m’n energie in kwijt. (Lachend) Het was echt 200% non-profit! Als we wat overhielden ging het naar een goed doel. Het was idealisme, daar deed je het voor. Met  z’n allen iets neerzetten, opkomen voor de mensen die het minder hebben of buitengesloten worden. We zorgden voor betaalbare, biologische maaltijden. Ik had het op zich naar m’n zin in de wetenschap, maar in de Grote Broek kon ik m’n horizon verbreden. Er gebeurde veel in het kraakpand: films, acties, benefietfeesten, maar ook gewoon je krantje lezen bij een kop kruidenthee.’ 

Jullie merken nu ongetwijfeld de gevolgen van ‘corona’….

‘Sowieso liggen alle activiteiten in de Refter al een tijdje op z’n gat. Ook kunnen we geen groepen ontvangen, alleen de individuele wandelaar kan nog steeds bij ons terecht. Maar onze inkomsten zijn flink gekelderd en moeten we een beroep doen op bijstand. We teren in op onze reserves. Nee, dit moet niet nog een jaar duren, dan redden we het niet! Gelukkig heb ik nog mijn hobby, paardrijden. Dat pakt niemand van me af, haha!’  

Is er nog iets wat de wereld moet weten?

‘Leuk dat de mensen voor een pelgrimstocht niet eerst een eind richting Spanje hoeven reizen om te gaan lopen. Dat kan nu lekker in de buurt. Even bij jezelf komen, nadenken, de drukke wereld even achter je laten’.