De tuin van het Emmausklooster bij Velp. Foto: Simone Venderbosch

Door Simone Venderbosch

‘Om te dienen’. Eén van de zinnen die in mooie krulletters op de balken in de refter van het klooster geschreven staat. En dat is precies wat ik in een heet weekend in augustus kwam doen.

Dit weekend ga ik proefdraaien als gastvrouw. Aangezien ik nog niet weet hoe het er hier backstage aan toe gaat, draaien de huidige gastvrouw en ik dit weekend samen. Vanmorgen vertrok in nogal onrustig van huis. Na een bezoek aan de tandarts, sta ik bij de auto en  vullen we vloeistoffen aan, zoek ik een alternatieve route omdat er file is, zorg ik voor een fijne afspeellijst en als de auto ietwat lobbig opstart, besluit mijn man de startkabels voor de zekerheid achterin te gooien. Nee, heel geruststellend dit. De eerste paar kilometer houd ik dan ook angstvallig mijn auto in de gaten. Alert controleer ik of de knipperlichten nog wel functioneren, de motor niet warm wordt en of de airco het nog wel blijft doen. Als alles stabiel lijkt te blijven, gaat langzaam de volumeknop omhoog en zing ik de eerste liedjes mee. Ik voel de omslag komen.

Dit weekend is relatief rustig, zegt de gastvrouw als ik ben aangekomen en met haar aan de thee zit. Er is een stilteretraite groep en er komen een paar pelgrims. Nadat de gastvrouw en ik rustig in de woonkamer de ins en outs hebben doorgenomen, resten me nog een paar uur voordat ik in actie moet.

Ik heb een mooie, ruime kamer toegewezen gekregen, de kloostergangen zijn koel en stil. Geen verkeerde plek om te zijn nu het overal zo tropisch warm  is. Zo langzamerhand dringt ook de sereniteit van het klooster mijn aderen binnen. Ik ontspan. Het duurt dan ook niet lang voordat ik in slaap dommel.

Na het dekken van de tafel voor het avondeten, is het tijd voor de meditatie. Ik schrik even als ik hoor dat dit ook bij mijn taken zal behoren als ik in m’n eentje een weekend draai. ‘Huu.. Kan ik dat wel? Of eigenlijk, durf ik dat wel?’ En ergens vind ik het meteen ook een uitdaging. En ik denk terug aan mijn beweegredenen om dit te gaan doen. Om bij te dragen, maar ook om te kijken wat het mij kan brengen. Welke nieuwe dingen ik ga ontdekken of tegenkomen? Ik laat mijn gedachten gaan in de 20 minuten stilte die volgen op de woorden van de gastvrouw. Wat kan ik allemaal gebruiken? Zal ik ook een muziekje opzetten als de gasten binnenkomen? Hoe vaak zal ik de bel luiden voor aanvang? Zou je hier ook wierook mogen branden? Of zal ik bloemetjes neerzetten?

Allerlei ideeën tuimelen door mijn hoofd terwijl ik op het houten bankje zit en luister naar het kraken van de bankjes en de stilte van de aanwezigen. Er hangt een fijne sfeer in de kapel. De groep mensen die aan de meditatie meedoen, zijn hier al bijna een week en dat voel je. Wat een fijne flow hebben ze met z’n allen. Ik merk dat ik er rustig van word, tegelijkertijd ben ik bang dat mijn hartslag en onrustige ademhaling de fijne energie van de groep vertroebelt. Ik vaar maar gewoon mee op hun cadans en de tijd is al snel om. Bij het verlaten van de kapel, heeft de gastvrouw de tred er alweer stevig in en heeft ze zo te zien de rust van de meditatie op de drempel van de kapel achtergelaten. Hup, aan het werk.

De retraitegasten eten in stilte en dus serveer ik het eten in stilte. Het is even wennen, maar na een tijdje knikken, glimlachen en oogcontact maken heeft iedereen dat wat ie wil op zijn bordje en hoor ik al gauw niks anders dan tikkende lepels. Daarna volgt een heen-en-weer gependel tussen de woonkamer, de refter en de keuken om zelf te eten, te serveren en op te ruimen. Ik merk dat ik blij word van deze groep mensen en dat ik het leuk vind om ze van dienst te zijn. Ze knikken dankbaar bij het verlaten van de eetzaal. En ik voel me dankbaar dat ik hier mag zijn.

Het is half 9 als mijn ‘werkdag’ er op zit. De gastvrouw blijft standby voor evt. vragen, dus ik kan even een rondje maken buiten. De zon gaat onder en geeft de kloostertuin een bijzondere gloed. Ik loop langzaam en laat de geluiden, geuren en de warmte over me heen komen. In het midden van het bos, is een kring waar ik even wil gaan zitten voor een moment van bezinning. Als Sneeuwwitje probeer ik verschillende plekken uit. Maar elke plek heeft een leegte achter zich en dat voelt niet prettig. Dus ik ga door de boomgaard naar het water. Aan het water vind ik de benodigde rugdekking en kan ik me overgeven aan het moment. Hier krioelt de natuur ook in stilte. Waterspinnetjes schrijden over het water, twee zwanen dobberen ogenschijnlijk roerloos op de achtergrond en er zijn allerlei insecten in de weer. Op de waterspiegel ontstaan constant nieuwe kringen die zich uitwaaieren over het water. Kleine kringen van insecten, wat grotere kringen van de visjes. Ze blijven maar komen en het heeft hetzelfde hypnotiserende effect als het staren in de vlammen van een vuurtje. Het is nog aangenaam warm en ik word loom en ontspannen. Ik blijf tot de muggen kringeltjes veroorzaken op mijn benen en slenter dan langzaam terug.

Terug in mijn kamer hoopte ik alleen maar dat ik wakker word van mijn wekker morgenvroeg. Zoals afgesproken, ben ik morgen namelijk in m’n eentje verantwoordelijk voor het ontbijt. Verslapen is dan niet zo’n strak plan. Maar nu eerst rusten. Zodat ik morgenvroeg weer fris als een hoentje op mag staan, om u te dienen.

Het tweede deel over het gastvrouw zijn in het klooster lees je hier: ‘Ave Maria’

Tekst: Simone Venderbosch

Ik hou van wandelen en van schrijven. Mijn wandelverhalen zijn persoonlijk, eenvoudig en beschrijvend. Soms diepgaand, dan weer met een korreltje zout. Gewoon zoals ik ben.