De maanden van Corona hebben zich ook bij mij aaneen geregen. Ik heb genoten van de betrekkelijke rust. De wereld is klein geworden, de activiteiten minder.

Koortsboom Sint-Walrick, Paul Spierings

Toch begon het afgelopen winter wat te kriebelen: ik moest er even tussenuit. Andere tapijten onder de voeten. Maar ook, en misschien wel belangrijker: afscheid nemen van wat geweest is, reflecteren op waar ik mee bezig ben en mezelf vinden.

Een oud plan uit de la gehaald: het lopen van de ‘Walk of Wisdom’. Een moderne pelgrimsroute, niet naar Santiago, maar dichter bij huis. Een rondje om Nijmegen met begin en eindpunt in de Stevenskerk. Mijn motto voor de tocht: ‘je mist meer dan je meemaakt. Helemaal niet erg.’ Een uitspraak vrij naar Martin Bril die stond in een van de teksten ter voorbereiding op de route.

Op dinsdag 6 april vertrek ik, met de route in de hand, een rugzakje op met kleding, eten en drinken en alvast de eerste 5 overnachtingen geboekt.

Spannend, maar het voelt goed. Wat ga ik tegenkomen, hoe is het om zoveel dagen achter elkaar te wandelen, alleen op pad te zijn? Kan ik dat wel? Eerst maar naar de Stevenskerk……

Inschrijven in het grote pelgrimsboek en een startfoto maken.

De zon schijnt en ik ga nu op weg. De tocht is nu echt begonnen: ik wandel, stap voor stap en volg de gemarkeerde route. Door Nijmegen richting Ooijpolder.

Ik ben benieuwd hoever ik kom en wat het me gaat brengen. Langzaam kom ik in een ritme. Het rumoer van de stad verdwijnt naar de achtergrond. Mijn gedachten beginnen tot rust te komen, zich aan het ritme van het lopen aan te passen. Niets anders meer dan de route, waar even zitten en wat eten of drinken. Genieten van de omgeving. ‘Je mist meer dan je meemaakt……’

Na een paar uur ontmoet ik een medewandelaar, we lopen een stukje samen op en filosoferen wat over het leven en het doel van onze tocht. Samen krijgen we het voetveer in beweging. Alleen zou dat voor ieder van ons een te zware klus geweest zijn. In Beek nemen we afscheid. Ik maak de klim naar Berg en Dal voor de eerste overnachting.

De volgende ochtend vertrek ik in een witte wereld: het heeft flink gesneeuwd, maar die smelt net zo snel weer weg. Over de heuvels richting Groesbeek.

Vriendin Annemarie en collega in de rouw (we hebben beiden onze partner verloren) loopt het Pieterpad en onze paden kruisen elkaar toevallig en op hetzelfde moment: samen eten we een kop soep onder een parasol op de Duivelsberg in de stromende regen. Na 50 meter scheiden onze wegen, maar deze ontmoeting geeft warmte en kracht om verder te gaan. Alleen op pad en dat voelt goed. Op naar de blokhut op een camping. Dat blijkt een omgebouwde schaftkeet te zijn. Het is er koud maar het bed slaapt goed.

Zo rijgen de dagen zich aaneen.

De route begint in bosrijk gebied, dat landschap omsluit en nodigt uit meer naar binnen te keren, daarna wordt het bij de Mookerheide en de Hatertse Vennen steeds meer open om te eindigen in het rivierengebied, langs Maas, door het land van Maas en Waal naar de Waal. Weinig beschutting en struinen langs de rivier.

Onderweg kom ik langs verschillende kappelletjes, monumenten en plekken die om inkeer vragen. Ook mijn gedachten volgen dit pad. Mijn innerlijke rust wordt groter. Ik ervaar steeds meer eenheid met het landschap. Wat geniet ik van de mooie luchten, de nog transparante bomen, bloeiende sleedoorn en de vergezichten. Af en toe voer ik een gevecht tegen de wind, hagel en regen, dat alles hoort erbij.

Halverwege de tocht, bij de ruïne van St. Walrick staat een lapjesboom: daar kun je al eeuwen lang zorgen/ziekten in de vorm van een lapje ophangen en achterlaten. Niet omkijken bij het weglopen…..Ik heb een zakdoek meegenomen om (een deel) van mijn verdriet over het wegvallen van mijn lief daar achter te laten. De zakdoek ophangen dat lukt mij echter niet. Uiteindelijk, na enig gedraal, een heel klein stukje zakdoek afgescheurd en in de boom gehangen. De rest weer in mijn borstzak gestoken en mee naar huis genomen. Het ligt nu nog op de keukentafel. Voor mij is daardoor duidelijk geworden dat het verdriet en de rouw bij me mag blijven. Ik wil het ook niet kwijt. Dat ontroert me en het is goed. Het kleurt immers mijn leven: onze relatie is veranderd, maar is wel blijvend.

De tocht heeft me veel gebracht. Allereerst de hier beschreven ervaring. Ook blijkt dat ik in 10 dagen 136 km kan lopen. Onderweg waren er mooie ontmoetingen. Het alleen op pad zijn was een uitdaging, maar is me heel goed bevallen. Wandelen is voor mij een fijne manier om tot rust, tot mezelf te komen. Gedachten komen en gaan, het is leven in het moment en uiteindelijk blijken ‘problemen’ zich op te lossen. Soms anders dan verwacht.

Met een heldere kop keer ik huiswaarts. Blij en voldaan, maar ook verdrietig dat de tocht nu achter mij ligt.

Toch nog iets heel bijzonders meegemaakt tijdens deze coronaperiode…….

Miriam

6-15 april 2021