Jeroen van Zuylen bezoekt namens onze redactie bijzondere locaties aan de route van de Walk of Wisdom. Plekken waar mensen zich thuis hebben gevoeld, thuis voelen, en er naar hartenlust over willen vertellen. Zijn eerste interview doet hij met Francis Happe, pelgrim, zij voelde zich tijdens haar pelgrimage aangetrokken door het (voormalig) Kapucijner klooster in Velp bij Grave. En nu werkt ze daar.

Interview met Francis Happe door: Jeroen van Zuylen

Voor mijn gesprek met Francis Happe fiets ik van Nijmegen naar een klooster in het dorpje Velp bij Grave. Op de dijk langs de Maas ontwaar ik links van me al gauw het Emmausklooster, idyllisch verscholen tussen de bomen. Een aardige man laat mij binnen. Met Francis neem ik plaats in – heel toepasselijk – de Franciscanerkamer.

Wat bewoog jou om de Walk of Wisdom te gaan lopen?

‘Tien jaar geleden had ik me voorgenomen: als ik vijftig word, wil ik mezelf trakteren op een mooie wandel- of fietstocht. Maar géén ‘Santiago’, die route is me veel te massaal. Pas kort voor m’n vijftigste herinnerde ik me weer mijn voornemen en ontdekte ik de Walk of Wisdom, een mooie wandelroute en lekker in de buurt. En zo ging ik ‘m in maart van dit jaar lopen.

Maar ik wilde er wel iets bijzonders van maken. Dus bedacht ik dat ik elke dag met iemand samen wilde lopen die ooit een wezenlijke rol in mijn leven heeft gespeeld. Elke dag ander, fijn gezelschap. Maar ja, wie kies je? Dat werd een mooi en dankbaar proces. Zoveel mensen die je pad hebben gekruist… Zo liep ik de Walk of Wisdom met mijn allereerste vriendje van 36 jaar geleden, met iemand uit mijn studietijd, een zwager, m’n zus en iemand die ik recent heb leren kennen nadat ik een paar jaar geleden van Noord-Holland naar Brabant ben verhuisd. Wel grappig hoor, dat eerste vriendje had ik sinds mijn vijftiende nooit meer gezien, maar ik wist hem via facebook te traceren.

En omdat ik in de wandelgesprekken met mijn gezelschap clichés wilde vermijden (‘Hoe gaat het?’, ‘Wat doe je tegenwoordig’), moesten we voor elkaar een vraag meenemen. Zo kon je van tevoren al nadenken over onze ontmoeting. Dat werden soms heel persoonlijke gesprekken. Ik ontdekte dat de ander vaak totaal andere dingen hadden onthouden uit ons gemeenschappelijk verleden dan ik, heel gek is dat.

Heb je de route aaneengesloten  gelopen?

‘Ja, in acht dagen. Maar wel steeds thuis overnacht. Dat was het handigst omdat mijn wandelmaatjes vaak van ver kwamen en ook weer terug naar huis moesten. Dus stond er aan het eind van de dag steeds een auto klaar om ons terug te brengen.

Je schrijft in het verslag van jouw Walk of Wisdom: ‘Want lopend in de natuur, kom je bij de autonomie ervan terecht. Het is zoals het is. Het gaat zoals het gaat. Dat relativeert de dingen waar we ons druk om maken.’ Zegt dit iets over je karakter?

‘Als het de hele dag regent, is dat voor mij ook prima. We hebben met onze knieën in de blubber gestaan, lachen! Het leven komt zoals het komt. Als je dat  accepteert, ben je niet snel ongelukkig.

Toen ik op 7 maart vertrok, ging steeds meer horeca sluiten vanwege corona. Dat werd dus gewoon picknicken onderweg op een boomstronk in plaats van comfortabel binnen uitrusten met koffie en appelgebak. Je ontdekt gaandeweg: eigenlijk heb je niets nodig. En dat geeft mij een intens gevoel van vrijheid.’   

Wat waren voor jou mooie momenten tijdens jouw Walk of Wisdom?

‘Natuurlijk vond ik het landschap prachtig. Het rivierlandschap met zijn dijken herinnerde me aan mijn leven in het waterrijke Noord-Holland. Ook de Mookerhei is schitterend, daar hadden we een mooi natuurmomentje. Links van de weg was het zonnig en droog, rechts regende het en lag het gebied onder een donkere wolkenschaduw. En dan dat pontje in de Ooijpolder dat je zelf moet bedienen… tjonge, wat een kracht is daar voor nodig, je moet minstens met z’n tweeën zijn! Dat zijn wel leuke momenten om mensen tegen te komen. Ook al liep ik met gezelschap, onderweg hadden we tal van spontane ontmoetingen. Iemand die een boom snoeit en zomaar gaat vertellen over de historie van de omgeving, heel bijzonder.

Wat me vooral opviel: zoveel stille plekjes onderweg… Die stilte was in de lockdown-tijd nog eens extra voelbaar. Geen vliegtuigen, minder autoverkeer, niets dan de wind door je haren!   

Alleen het eind vond ik minder. Je komt terug in een betonnen wereld vol industrie en lelijkheid. We zijn hier daarom bewust van de route afgeweken door even de Waal over te steken en over het stadseiland te wandelen. En toen we het eindpunt de Stevenkerk naderden, besefte ik dat het voorbij was en kreeg ik alweer heimwee naar het onderweg zijn.’

En nu zitten we hier in het Emmausklooster, dat aan de Walk of Wisdom-route ligt. Vóór jouw wandeling kende je het niet. Maar nu werk je er! Vertel!

‘Ik heb wat met kerken, begraafplaatsen, kloosters, bibliotheken. Openbare plaatsen waar rust en eenvoud heersen. Dus was ik nieuwsgierig toen we hierlangs kwamen. Aangebeld, ik mocht even binnen komen kijken en een rondje door de kloostertuin maken. Toen ik weer buiten stond, wist ik: hier kom ik terug!

Later zag ik op hun site een vacature voor een intern coördinator. En zo ben ik hier binnengekomen. Eerst als vrijwilliger en sinds kort als betaalde kracht. Ik ben daar heel blij mee, voel me hier helemaal op mijn plek. Mijn taak is die van verbinder, zorgen dat alles goed is afgestemd. Dat de kok op tijd weet dat hij voor 20 mensen moet koken. Zo stil als het hier was tijdens de eerste lockdown, zo hectisch was het met bezoekers in de zomer. Vooral omdat veel Vierdaagselopers een alternatief zochten en zo bij ons terecht kwamen. Ons uitgangspunt is, naar oud kloostergebruik: we sturen niemand zomaar weg. Het was wat improviseren, maar is ons gelukt alle gasten een overnachtingsplek te bieden.

Wat maakt deze kloosteromgeving voor jou zo aantrekkelijk?

‘Ik heb voor deze plek gekozen omdat men hier wil behouden wat er was en is. Je voelt dat een monnik hier zijn stappen heeft gezet, alsof hij hier nog een beetje aanwezig is. Verdwijnt het oorspronkelijke, dan verliest zo’n plek zijn waarde. En ik geloof in de eenvoud, niet in de eenheidsworst. Hier in het klooster is eenvoud de standaard, net als toen de monniken hier nog woonden. Er is een sober ontbijt, de kamers zijn eenvoudig. In alle hectiek geeft die eenvoud juist iets extra’s. Verdwijnt die eenvoud, dan is dat doodzonde.  

Zowel van buiten als van binnen proef je hier de sfeer van het authentieke klooster. Het wordt goed onderhouden. Broeders zijn er al een paar jaar niet meer. De Orde der Kapucijnen [een tak van de Franciscaner Orde – JvZ] verkocht het klooster aan een projectontwikkelaar en die  verhuurt het sinds een paar jaar aan de Stichting Avant Spirit. Samen met vele vrijwilligers beheert zij het complex en biedt zij onderdak aan pelgrims, wandelaars en mensen die de rust zoeken, bijvoorbeeld om aan een boek te werken. Ook faciliteert Avant Spirit zingevingsprogramma’s voor groepen. Pelgrims blijven vaak voor één of twee nachten. Bij een meerdaags verblijf haalt onze chauffeur  pelgrims zelfs op en brengt ze ’s ochtends weer naar het punt waar ze gebleven zijn.’

Je vertelde dat je eigenlijk meer een fietser dan een wandelaar bent. Zoek je ook in het fietsen de eenvoud op?

‘Eenmaal per jaar wil ik er tussenuit, voor een moment van reflectie: ‘Hoe doe ik het? Waar wil ik heen?’ Op een plek ver weg kun je makkelijker reflecteren, is mijn ervaring. Maar ik ga ook voor de bijzondere ontmoetingen.

Ik ben iemand van de onbegane paden. Liefst ga ik fietsen in niet voor de hand liggende landen als Rusland, Myanmar of Cuba. Van tevoren regel ik alleen de overnachtingen na aankomst en voor vertrek, in de buurt van de luchthaven. Verder vind ik altijd een slaapplek bij mensen thuis. Mensen zijn zo behulpzaam. Ik heb altijd vertrouwen dat het goed komt. En ik leer er het dagelijks leven van dichtbij kennen.

In Cuba wilde ik graag weten hoe moeilijk de kerk het heeft in dit communistisch land. Dan bezoek ik kerken en spreek ik mensen. Ik spreek geen woord Spaans, maar ‘regel’ vaak een tolk: een taxichauffeur of iemand via de ambassade. Zo ontmoette ik op Cuba een Engelse dirigent die daar op zoek was naar muzikaal talent (hij nam zelfs violen van thuis mee). Dan kreeg zo’n getalenteerde Cubaan van hem de uitnodiging om in het buitenland (Engeland in dit geval) zijn talenten verder te ontplooien. [Alleen op uitnodiging mogen Cubanen het land verlaten – JvZ]. En in Moskou kwam ik in een Russisch badhuis aan de praat met vrouwen waar ik later thuis werd uitgenodigd. In badhuizen kon men vrij praten, want thuis worden mensen nog steeds afgeluisterd, een hardnekkige erfenis uit de communistische tijd. Maar al ga ik graag op reis, ik vind het ook altijd fijn om thuis te komen.’

Aan het eind van ons gesprek leidt Francis mij rond door het klooster en de tuin (de boerenkool kan geoogst worden!) en nemen we een kijkje bij het pesthuisje waar een aan de pest lijdende monnik in quarantaine zou kunnen – hoe actueel!

We besluiten met een vredes-meditatie aan het meertje, Francis kiest een mooie meditatieve tekst over ‘geluk’.

Na deze leuke ontmoeting met Francis fiets ik goedgemutst over de brug bij Grave terug naar Nijmegen.

Eeuwige tijdelijkheid

Mij trekt die ene half versleten steen

Die na eeuwen dit prachtige bouwwerk overeind heeft gehouden

Mijn tijdelijke hand streelt er nog eens overheen

Mij trekt de oeroude boom

Na eeuwen heeft dat ene zaadje alle stormen doorstaan

Mijn tijdelijke bestaan is slechts een vertakking in de kruin bovenaan

Mij trekt de aanblik van stille wateren waarin van alles leeft

Na eeuwen van stromen, neervallen een bron van bestaan

Die mijn tijdelijke spiegelbeeld vertroebeld weergeeft

Mij trekt de wuivende, ademende wind

Na eeuwen van draaien en waaien

Mij in het oog van de storm zet, alwaar ik tijdelijke rust vind

Mij trekt de warmte van de stralen van de zon

Na eeuwen heeft haar aanraking niet in kracht afgedaan

Ik heb mijn tijdelijke schaduw langer dan mezelf gemaakt

Mij trekt de donkere bemoste aarde

Na eeuwen de plek om te genieten in zachtheid en dankbaarheid

En waar mijn tijdelijkheid de eeuwige vragen klaarde

Francis  Happe

Foto Francis Happe