Machteld Meij en Ronald Baksteen vormen een geliefd gastadres voor pelgrims van de Walk of Wisdom. Ze wonen sprookjesachtig in de Hatertse Vennen bij Nijmegen. Mensen kunnen in de periode mei tot en met oktober overnachten in het bakhuis of de cottage van Sisterhurst. Machteld kijkt terug op afgelopen maanden.

De zomer lijkt voorbij te zijn.  Na de laatste hittegolf die erg lang aanhield, werd het opeens herfst. De hele zomer meldden zich wandelaars en fietsers, die door alle afgelaste vakanties opeens in Nederland moesten blijven. Ook de wandelaars van de  Walk of Wisdom klopten dagelijks aan de deur.

Vanaf 1 juni, toen de  horeca weer beperkt open mocht, stond de telefoon niet stil. Reserveringen voor de aankomende weken, maar ook voor veel verder in het seizoen. De kalender die in juni nog grotendeels leeg was, vertoonde de weken daarna steeds minder lege plekken.

Na overvolle zomermaanden waren alleen de eerste twee weken van september opgevuld. De pelgrims van de Walk of Wisdom kregen ruim de overhand. En toch nog steeds boekten mensen voor dezelfde week of wilden dezelfde avond nog een bed. Al menige keer moest ik iemand teleurstellen. De bedjes waren al besproken.

Bij alle ingevulde data stond een naam, telefoonnummer en het aantal gewenste bedden, zodat ik een indeling kon maken. Bij 1 persoon reserveerde ik meestal het bakhuisje en voor twee of drie het grotere huisje.  Maar het kwam ook wel eens voor dat ik twee wandelaars, die elkaar niet kenden, in het grote huisje plaatste, zodat ze in ieder geval een eigen slaapkamer zouden hebben.

Helemaal blij
Op de tweede dinsdag in september stond ingepland een echtpaar en 1 x WoW. Ik had  geen telefoonnummer genoteerd.  Ik kon me ook niet herinneren dat de bewuste persoon aan mijn vraag had voldaan een berichtje te sturen, waarin naam en telefoonnummer waren opgenomen. Ik had deze persoon wel al ingepland in het bakhuisje.

De dag ervoor had ik voor deze datum  al een dame moeten teleurstellen, omdat ik helaas geen bed beschikbaar had. Nu meldde zich ene Karlijn, die echt hoopte op een slaapplaats. Ook de vorige nacht had ze al uit moeten wijken naar een duur hotelbed. Wat moest ik nu? Misschien had deze onbekende WoW-er wel helemaal geen bevestiging gestuurd. Ik wist het niet meer. De kans was groot dat deze onbekende persoon een wandelaarster zou zijn, want dat zijn de meeste pelgrims.

Ik besloot het noodplan maar in werking te stellen. Beide dames in het bakhuisje en dan de bedden maar een eind uit elkaar. Karlijn wilde desnoods haar bed wel onder het afdak zetten, als ze maar een slaapplek had. En misschien kwam de onbekende wel helemaal niet, dat was ook al eens gebeurd.

K. was helemaal blij, dat ze toch terecht kon in ons bakhuisje. Ze zou vroeg arriveren, zou haar zware rugzak achterlaten en nog een stuk verder lopen en onderweg een hapje eten. Het was die dag weer heel redelijk weer, na een aantal natte herfstdagen. Karlijn deed wat ze van plan was, legde haar bepakking af in het bakhuisje, genoot even van een kleine pauze en ging weer op pad.

Dilemma
Tegen een uur of vier ging mijn telefoon. “Met Bas, ik heb vanavond een kamer bij U besproken! Alleen wordt het iets later als gepland.” Oeps, het was dus geen loopster en mijn geïmproviseerde combinatie voor die avond werd onmogelijk. Ik legde aan Bas uit, voor welk dilemma ik had gestaan en dat ik geen telefoonnummer had opgeschreven bij de reservering.

Bas snapte het wel, maar hij had zelfs van mij een bevestiging gehad met  benodigde routebeschrijving. Hij had al vroeg in het jaar zijn plaats gereserveerd. Vaag begon ik me iets te herinneren. Een toen nog maagdelijke agenda en dat ik alleen maar 1 x WoW genoteerd had. Het zou dit jaar toch niets worden doordat het coronavirus alle activiteiten ondermijnde. Alleen wist ik toen nog niet dat half Nederland in eigen land op pad zou gaan.

Bas had recht op zijn bed in het bakhuisje en Karlijn zou dan maar op het kleine kamertje beneden moeten slapen, een beetje tegen onze principes om geen mensen in huis op te nemen. Gelukkig had ik enkele weken ervoor al  flink opgeruimd, zodat ze meteen een plekje had.

Toen K. weer tegen zessen arriveerde, zaten wij net aan een glaasje port en ik nodigde haar uit om een glaasje mee te drinken. Dan kon ik haar ook wat makkelijker uitleggen, dat het slapen in het bakhuisje niet door ging. Ze nam het heel sportief op en verplaatste snel haar spullen naar haar nieuwe slaapplaats, eigenlijk al heel blij dat ze toch een bed had. We zijn niet aan ons avondeten toegekomen. We hadden veel te bespreken, de port was lekker en de bijeengesprokkelde borrelhapjes vervingen de avondmaaltijd. De avond was zwoel, de vleermuizen dartelden en het was opeens weer een zomeravond.

Bas arriveerde toen het bijna donker was, en een beetje lacherig vertelden we dat we dankzij hem een erg leuke avond hadden gehad.

De volgende morgen vertrok Karlijn weer na haar ontbijtje bij ons aan tafel genuttigd te hebben. We hadden elkaar nog veel te vertellen. Ook voor haar was het een heel bijzondere overnachting geworden. De port had ervoor gezorgd dat ze heerlijk geslapen had en de ontspannen sfeer van de vorige avond was ook heel speciaal geweest. De rust en de natuur waren helend geweest.

Paradijsje
Als je alleen een pelgrimstocht maakt, ben je vooral op jezelf aangewezen. Je weet niet of je gezelschap zult krijgen op je slaapplek. De meeste pelgrims die in hun eentje komen, sluiten al voor het donker wordt, de gordijnen en gaan vroeg slapen. Na een hele dag was gelopen te hebben zijn je gedachten al vele keren langs gekomen. Je gaat zo’n tocht meestal maken omdat je een tijdje je gewone leven moet onderbreken, bijvoorbeeld omdat je in een moeilijke fase van je leven verkeert, omdat je een verdriet moet verwerken. Meestal niet omdat je er op uit bent gezellige mensen te ontmoeten.

Wat is het toch geweldig dat we onze plek in dit prachtige natuurgebied kunnen delen met mensen die daar oog voor hebben en het weten te waarderen.

Het woord paradijsje valt regelmatig en ook voor ons went het nog steeds niet.

Machteld Meij