Afgelopen zaterdag las Sytske Zwart tijdens de Vertrekceremonie bij zonsopgang van de Walk of Wisdom weer een tekst voor uit het boek ‘Seizoenen van het Leven’, een hedendaags getijden- en pelgrimsboek. Het was de tekst ‘Dankbaarheid’, geschreven door Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen. De tekst raakte en ontroerde. Daarom plaatsen we hem hieronder graag in zijn geheel.

DANKBAARHEID

Door Paul van Tongeren

Veel van de zomerfeesten zoals ze tegenwoordig overal in het land plaats vinden gaan waarschijnlijk terug op het zogenaamde oogstfeest. Dat werd traditioneel gevierd tussen eind juli en begin september, en vooral in augustus, de maand bij uitstek van de oogstfeesten. Het oogstfeest is een uiting van blijdschap en dankbaarheid om de binnengehaalde oogst. Ongetwijfeld zijn er ook tegenvallers geweest of waren er momenten waarop het er zorgelijk uitzag. Maar eind goed, al goed: de oogst is binnen en – zelfs al hadden we wel eens een grotere opbrengst – we zijn blij en dankbaar en vieren feest om wat we bereikt, verkregen of verworven hebben.

We vieren wat we bereikt hebben, maar onze blijdschap en dankbaarheid strekken zich niet alleen uit naar het verleden. Wie een geschenk ontvangt, is niet alleen, en zelfs niet primair dankbaar voor dat hij (in de verleden tijd) iets gekregen heeft, maar op de eerste plaats is hij blij met datgene wat hij nu (in de tegenwoordige tijd) heeft; en die blijdschap heeft ermee te maken dat hij datgene wat hij nu heeft (in de toekomstige tijd) zal hebben of genieten. Dat geldt niet alleen voor het geschenk zelf, maar nog meer voor de aandacht, de vriendschap, de liefde waarmee het geschonken werd. Het lijkt me van belang dat we ons dat realiseren: ook als we feest vieren zijn we wezens die steeds in verleden, heden en toekomst tegelijk leven. We vieren niet alleen wat achter ons ligt, maar ook wat er is en zal zijn.

We vieren ondanks de tegenslagen die er ook waren. Maar dat betekent niet zonder meer dat we enkel de meevallers vieren, of alleen het gunstige eindresultaat in de som van mee- en tegenvallers. Juist traditionele feesten die nu eenmaal elk jaar weer op de kalender staan, of vieringen van een bereikte mijlpaal, maken het mogelijk om het geheel te vieren. De afstand die we inmiddels hebben genomen maakt dat we kunnen zien dat ook de tegenslagen erbij hoorden. Wie een stad wil leren kennen heeft de afstand van een plattegrond nodig. Van ons leven bestaat geen plattegrond; doorgaans zitten we er midden in en zoeken we onze weg als door de steegjes van een stad. Des te belangrijker is het om soms even afstand te nemen, en zo goed en zo kwaad als het kan het geheel te overzien. Wie zich over dat geheel kan verheugen, kent een grotere blijdschap dan de voorbijgaande vreugde over een meevaller.

Ik gebruikte tot nu toe ‘blijdschap en dankbaarheid’, ‘vieren en dankbaar zijn’ alsof die twee vanzelf bij elkaar horen. Dat lijkt echter steeds minder vanzelfsprekend. Wie zouden we immers moeten bedanken voor de oogst, voor het weer, voor onze gezondheid, voor een voltooide carrière, voor de geboorte van een kind? Het lot? Het toeval? De techniek? Onze eigen inspanning? Als er geen gever is, lijkt ook dankbaarheid niet meer mogelijk. Inderdaad: met het verdwijnen van God uit de cultuur is ook de dankbaarheid van de geboortekaartjes verdwenen. Dat is, hoe begrijpelijk ook, problematisch. Want hoe kunnen we uitdrukking geven aan onze blijdschap tenzij in een soort van dankbaarheid: geven we niet daarom cadeaus aan degene die iets te vieren heeft – opdat hij zijn dankbaarheid kan uiten? Vieren en dankbaarheid horen bij elkaar.

Misschien is dit wel het mooist mogelijke geschenk: je leven te kunnen vieren, met alles wat het in zich had en heeft en hebben zal. Wie dat kan, is dankbaar – ook al weet hij niet aan wie.

De Vertrekceremonie bij zonsopgang, de pelgrimslauden, is elke eerste zaterdag van de maand in de Stevenskerk, het startpunt van de Walk of Wisdom. Kijk hier voor meer informatie over en aanmelden voor de ceremonie van 5 september.