Het is niet eens zo’n mooie hangplek: er ligt links en rechts puin, groeit onkruid en een paar onstuimige honden gooiden zand in mijn eten. Maar ik had er de hele week al naar uitgekeken: de laatste dag ga ik hangen op de Waalstranden. En ik kijk naar de wolken, schepen die voorbij gaan, schrijf wat, lees wat en doe verder helemaal niks. Heerlijk. De regen had bijna roet in het water gegooid, die laatste dag. Maar nee, toch weer geluk.

Lees hier het verslag van Cathy Verschoor

‘Na 10 uur wordt het droog’ , zei de vriend van de fiets. En jahoor. Met een glimlach, net zo stralend als de zon die gaat komen, haal ik mijn ringetje op bij het café. Je mag wel even schuilen, als je wilt zegt de eigenaar. Niet nodig, de zon gaat schijnen en ik ga onderweg naar mijn hangplek. Ik slaag er in om 2 uur te doen over het stukje van Afferden naar Deest en ben er zowaar trots op dat ik dat alleen maar weet doordat de kerkklok gaat luiden als ik het dorpje inloop.

Wat een uitkomst de route te lopen zonder telefoon, horloge, email, Facebook. Ik glij heerlijk door de tijd. Telefoon mag alleen aan om de overnachtingen te regelen en te kijken waar ik precies moet zijn. En verder hoef ik alleen maar te lopen, te eten als ik honger heb en de route te volgen. Ik ben niet kapot te krijgen. Ook niet als blijkt dat de overnachtingsplek toch verder is dan ik dacht en ik me moet haasten om voor het donker binnen te zijn. Zelfs dan vind ik het vooral jammer dat ik zoveel kilometer op 1 dag heb gelopen en er niet 2 dagen over heb gedaan. Nog meer vertragen om uiteindelijk bij de Waalstranden tot stilstand te komen. Het labyrint geeft me het antwoord op mijn vraag.