‘Ik heb vijf dagen achtereen alleen gewandeld en de zesde dag werd ik vergezeld door mijn zoon en mijn lief’. De wandeling van pelgrim Avelijn Waardenburg (pelgrim 3954) werd verrijkt met bijzondere ontmoetingen met mensen bij wie ze de nacht doorbracht: Annet in Groesbeek, Ryon in Mook, Coen en Ceciel in Gasselt, Conny in Wijchen en bij Raoul en Gertie in Winssen. Stuk voor stuk logeeradressen die ze anderen van harte zou aanbevelen. Lees hier haar verhaal:

Het is een ervaring om te koesteren: te voet en alleen hele dagen te hebben doorgebracht in het natuurschoon, bewust van eigen gedachten, gevoelens en lichaam. Met rust en ruimte voor rouw. Het was een prachttocht. 

Annet biedt niet alleen letterlijk een grote eigen ruimte, maar laat je ook erg vrij en je gang gaan. Vol vertrouwen zoals ze aankondigde dat ze de volgende morgen eerder vertrekken zou dan ik en dat ik gerust de sleutel door de bus kon gooien. Ook bood ze een mooi moment van stilstaan bij een wens of boodschap die je kon schrijven op een lint, dat je vervolgens aan een tak van de boom naast de stal kon knopen. ‘Alles sal reg kom’, de geruststellende woorden die mijn vader dikwijls sprak, liet ik daar wapperen in de wind. 

Ryon, een doorgewinterde pelgrim, was juist van het innige contact. Tijdens het praten na aankomst en onder het genot van een kop thee, vergaten we haast de tijd… Opfrissen, koken en samen eten kwam er alsnog maar pas later op de avond van. Lange en diepgaande gesprekken die we ook bij het ontbijt als vanzelf voerden. Ryon bracht me hierna weer terug op de route, gevoed met inspirerende ideeën voor volgende pelgrimstochten.  

Goede zorgen

Bij Coen en Ceciel voelde ik me voor het eerst op mijn tocht weer meer kind, dankzij de ouderlijke bezorgdheid en goede zorgen van het echtpaar. Bij Grave zou ik op een bus stappen die me naar Gasselt, twee dorpjes verderop, zou brengen. Ik liep die dag de langste afstand van mijn pelgrimstocht en het uitzicht op het schitterende middeleeuwse Grave deed mij dan ook verlangen naar de laatste meters die ik te voet zou afleggen.

Eenmaal over de Graafse brug hoorde ik echter de kerkklokken eenmaal te vaak slaan… Zes uur, de laatste bus was al vertrokken. Dan maar eerst een warme maaltijd om weer even op krachten te komen, alvorens ik dan toch ook nog maar zou doorlopen naar Gasselt.
Dapper begon ik aan dit laatste stuk wandelen van de dag, ook al begon het te plenzen en was ik er op een gegeven moment niet zo zeker meer van of ik wel goed liep… Op dat moment stopte een man zijn auto naast me, deed het raampje open en vroeg: “Ben jij soms Avelijn?” Ik kon mijn geluk niet op en Coen verontschuldigde zich zelfs dat hij me niet eerder had kunnen vinden, nadat zijn vrouw Ceciel hem op pad had gestuurd om mij op te halen toen het zo hard begon te regenen… Hij was op goed geluk gaan zoeken, ontzettend hartelijk! 

Ook Conny kwam me tegemoet. Onder het mom dat zij ook van wandelen houdt en eveneens de WoW heeft gelopen biedt ze graag andere pelgrims een plek om te logeren. En dat doet ze met verve: in een ongelofelijk verzorgd en gastvrij huis verwelkomde en verwende ze me met thee en een oranjetompouce tijdens een open en  aangrijpend gesprek op het balkon. De volgende morgen zwaaide ze me, na een uitgebreid ontbijt en met lunchpakket in de rugzak, vrolijk en vriendelijk uit. 

Hereniging

Als laatste deed ik Bed and Breakfast Maas en Waal aan. Ik vond het adres na wat omzwervingen door Winssen en een heftige regenbui. Toch waren mijn soppende schoenen, spierpijn, natte kleding en doorweekte routeboekje in een klap vergeten toen ik aankwam bij Raoul en Gertie. Als een ware gastheer nam Raoul direct het natte schoeisel van me aan en de hereniging met mijn zoon en lief waren als een oase in de woestijn, maar dan waren ze er ook echt, ik droomde niet. Wat een geweldig fijn moment om hen weer in mijn armen te sluiten! Tot de volgende morgen kwamen wij de kamer niet meer uit. Dat kon dankzij de luxe van diner en ontbijt dat op onze eigen kamer werd gebracht. Een flink bord pasta: uitstekend ingeschat waar een vermoeide wandelaar aan toe is. 

Vogelringetjes

Op de foto de veter waarmee ik van Nijmegen over Berg en door Dal liep. Via het Duitse Reichswald, waar ik -maar misschien wel met name mijn vriend en mijn moeder- van tevoren niet helemaal gerust over was. Alleen het woud doorkruisen leek toch niet helemaal verantwoord, maar bescheiden voorzorgsmaatregelen (met een spuitbusje haarspray als een soort peperspray op zak en mijn telefoon voor deze ene dag aan en binnen handbereik) namen de onrust weg. Ook dit deel van de tocht is geen enkel probleem (voor een vrouw alleen) gebleken. 

Ik vervolgde mijn weg door het land van Maas en Waal weer naar Nijmegen terug. Met elk van de elf gemeenten die ik aandeed, kwam er een vogelringetje bij aan de veter die ik als armband droeg. Mijn vader(s voorliefde voor vogels) voelde vertrouwd dichtbij. Met het verzamelen van de vogelringetjes wandelde hij om mijn pols met me mee. 

Op weg naar huis (met verschillende treinen en vervangend busvervoer) ben ik nog wel in de laatste trein mijn telefoon verloren. Na een week uit vrije wil zonder telefoon op pad was ik zodoende ook erna ongewild nog enige tijd zonder telefoon. Al met al zie ik het maar als een oefening in leven zonder mobiel apparaat en gelukkig zijn de verloren foto’s en herinneringen die ik in mijn telefoon opsloeg tijdens mijn voettocht wel bewaard gebleven in mijn eigen geheugen. 

Avelijn Waardenburg uit Rotterdam (pelgrim 3954)

Certificaat van eigenwijsheid