Pelgrim Richard Göbel-Frieswijk liep met echtgenote Natalie de Walk of Wisdom. Hieronder het relaas van hun laatste etappe. Die begon enigszins gestrest en eindigde met een dikke sigaar en een drankje. Richard schreef ook een gedicht: De Wandelterrorist. Dat vind je helemaal onderaan deze pagina.

Nog één etappe

Van 15 tot en met 20 juli 2019 hebben wij de Walk of Wisdom gelopen. Het doel was om de tocht in 1 keer uit te lopen. We, vooral ik, zijn niet zo getraind. Eigenlijk zijn we helemaal niet getraind. Maar zo nu en dan een dag of twee dagen in Friesland pelgrimeren levert toch wel enigszins positieve resultaten op. Deze beperkte conditionele omstandigheden resulteerde erin dat we het toch niet helemaal konden redden. Er resteerde ons nog 1 etappe van pakweg 21 kilometer. Het verslag van het eerste deel kunnen jullie hier lezen.
https://walkofwisdom.org/2019/de-walk-of-wisdom-van-richard-en-natalie/

Zaterdag 19 oktober zouden wij onze pelgrimstocht voltooien. We kozen specifiek deze datum omdat we de vertrekceremonie wilde bijwonen. Omstandigheden kluisterden ons toch weer aan huis en we besloten de volgende ceremonie te attenderen. Maar vier weken later brengt ook een geheel ander klimaat met zich mee. Wederom niet geheel vies van een uitdaging had ik vorig jaar al eens het idee opgevat om een houtkachel voor in de tent te bouwen. Ik ambieerde sowieso het winterkamperen wel en besloot van een oude stalen munitiekist een kachel te bouwen. Winterkamperen brengt een uitvoerige voorbereiding met zich mee. Zo is het slim om de volgende items mee te nemen. Je moet dat denken aan, dikke sokken, twee slaapzakken, een warmwaterkruik en thermo-ondergoed. Dan ben je al een flink stuk op weg.

Ons vertrek
Zo gezegd en zo gedaan vertrokken wij op 15 november 2019 naar de camping De Oude Molen in Groesbeek. Via een achteringang kan je het terrein bereiken. Na ons kamp geroutineerd te hebben opgebouwd gingen we eten en ons op de nacht voorbereiden. De volgende dag zouden we de Walk of Wisdom gaan voltooien.
Onbewust heb je altijd een soort van planning in je hoofd. Je gaat daar dan naar leven. Een aantal weken ervoor las ik op de website van de WoW dat er om sprekers werd gevraagd voor de vertrekceremonie. Dat leek mij wel wat en ik besloot een gedicht te componeren. Ik besloot mijn optreden ook geheim te houden voor mijn partner om dit een verrassing te laten zijn.

Voor die tijd had ik nog telefonisch contact gehad en we spraken af bij het Marikenbeeld op de Grote Markt in Nijmegen. Helaas was de bus niet op tijd en had ik de planning niet geheel onder controle. Zo misten wij de groep. Ik zag mijn kans al voor mijn neus voorbij glippen en begon enigszins te stressen. Wij waren altijd in de veronderstelling dat de vertrekceremonie in de Stevenskerk zou plaatsvinden. Ik wist wel iets van een kapel maar visualiseerde die vlakbij de Stevenskerk. Na een beetje te hebben rondgevraagd, kwamen wij uiteindelijk te laat bij de Valkhofkapel in het Valkhofpark aan.

Hoor wie klopt daar kinderen
Op de dag van de intocht van de goedheiligman hadden we de Valkhofkapel eindelijk gevonden. In de wetenschap dat er op mij gewacht werd, klopte ik voorzichtig op het oude deurtje. Met mijn partner nog steeds in onwetendheid werden wij ontvangen. Ik werd bij mijn voornaam aangesproken. Ik was reeds aangekondigd en mocht direct “centre stage” nemen. Ondanks dat ik niet geroutineerd ben in dit soort zaken, ging de presentatie me gelukkig goed af. De Sint-Nicolaaskapel oftewel de Valkhofkapel is het oudste nog overeind staande bouwwerk van de stad Nijmegen.

De ceremonie was reeds gestart. Nadat ik mijn zegje had gedaan en mijn gedicht had voorgelezen kreeg iedere pelgrim de kans zijn intentie voor de tocht uit te spreken en dit te bekrachtigen door een kaarsje aan te steken. Een fijne manier om op deze spirituele wijze bewust te starten. De indrukwekkende historische plaats maakte dat het een zeer mooie aangelegenheid werd. Muzikant Mark Schilders maakte het helemaal af met zijn zelf gecomponeerde Pelgrimslied. Ga pelgrim ga.

Geestelijk vader
Nadien kreeg iedere pelgrim het kaarsje mee van de vorige ceremonie om zo de circulairiteit te waarborgen. Nadien hebben wij nog even geholpen om de stoelen op te ruimen.
Plotseling was Damiaan Messing daar. Wij werden hartelijk bedankt voor de mooie bijdrage aan de ceremonie. Damiaan is de geestelijk vader van de WoW. Ondertussen denkende “Het wordt steeds later”, werden wij uitgenodigd voor koffie bij Credible. Een hippe tent op steenworp afstand van de kapel. “Een fijn moment moet je koesteren dus niet stressen”, spreek ik mezelf in gedachten vermanend toe. Situaties kan je niet dwingen. Mark ging met ons mee en uiteindelijk hebben we een heerlijk moment beleefd. Met dank aan Damiaan.

Eindelijk starten
Na een hartelijk afscheid namen wij de bus naar Afferden om vervolgens onze tocht om 13:22 uur te starten. Dat is rijkelijk laat als je nog 21 kilometer moet lopen. Het is de kunst hierin te berusten.

Verkeerde keuze
Na nog maar een paar honderd meter te hebben gelopen werd mij al snel duidelijk dat ik een verkeerde schoenkeuze had gemaakt. Ik was onoplettend geweest. Een snelle beoordeling van mijn laars wees uit dat de hak aan de binnenkant versleten was en over mijn hak schoof. Binnen een kilometer had ik twee blaren op mijn hakken. Een krachtterm was op dit moment op zijn plaats geweest. @#$%&@$#@ Het had letterlijk veel voeten in de aarde gehad om op dit punt te komen. Ik besloot dus door te zetten. Iedere stap deed pijn. Alsof dat nog niet genoeg was besloten we ook nog het onverharde deel te gaan lopen door de uiterwaarden heen. Desalniettemin een erg mooie omgeving. Ik verbeet mijn pijn. Ik wilde niet verantwoordelijk zijn voor het afbreken van dit laatste traject.

Zittend beroep
In het dagelijks leven heb ik een zittend beroep. Daarnaast zit ik ook veel in de auto. Hierdoor heb ik zwakke rugspieren. Nog voor deze tocht aan was ik drie keer bij de fysiotherapeut geweest om de spieren los te maken. Vooral het oneffen terrein was zwaar. Mul zand en stenen. Iets voor Weurt had iemand van een stootblok dat van een schip was gevallen een schommel gemaakt. Mijn lieftallige partner kon de verleiding niet weerstaan om van dit moment even gebruik te maken. Op deze plek hebben wij ook even koffie gemaakt en brood gegeten.

Navigeren bij duisternis
Het was inmiddels gaan schemeren. En het lezen van de beschrijvingen werd steeds lastiger. Uiteindelijk moest het lampje van de mobiel erbij van te pas komen. We beseften dat we erg veel geluk hadden. Het was een droge dag. Niet te koud en een heldere hemel. Heel anders dan toen we het eerste deel liepen. Die week liepen wij elke dag in korte broeken. Nu hadden we het licht van de sterren. Hier en daar dankbaar gebruik makende van het licht van een lantaarnpaal.

In de verte zagen wij de Tacitusbrug. Daar waar de A50 de Waal over gaat. Het is makkelijk navigeren op zo’n groot object. De ondergrond van de uiterwaarden dwingt ons tot een slenterpasje. Zigzaggend langs de waterlijn lijken we de weg te zoeken. Gek dat wij zijn op stenen valt het ons op dat er veel platte stenen liggen. Als spelende kinderen word ik ruw aan de kant gebeukt als mijn (niet zo lieve) partner een mooi steentje ziet liggen. Daarbij wordt er geen rekening gehouden met mijn alsmaar pijnlijker wordende voeten. Uit liefde laat ik haar winnen. Hier en daar een steen op pakkend dwing ik me geen stenen meer mee te nemen. Het is een verslaving en mijn pas wordt erdoor verzwaard. Doorlopen, Richard spreek ik mezelf streng toe.
De brug komt dichterbij. We klimmen omhoog. Onder en over prikkeldraad. Eenmaal onder de brug kijken we vol ontzag naar de massieve betonnen kolommen waar het wegdek op rust. Een knap stukje engineering.

De oversteek
In de verte zien we een nieuwe brug. Het is “De Oversteek”. Via de Noordkanaalhaven lopen we op de brug af. De positie van de brug verward ons enigszins. We begrijpen het niet. Eenmaal dichterbij zien we dat de brug een kwartslag anders staat dan we hadden verwacht. Het komt door het design van de brug. Onder de brug moeten we de trappen naar boven nemen. Gloednieuw lijkt het allemaal. (2013 gereed)

Stevenskerk
Reeds vanaf ver kunnen we de verlichte Stevenskerk al zien liggen. Een vertrouwd gezicht. Halverwege de Oversteek nemen we de trappen naar beneden om zo op het eiland in de Waal te komen. We fantaseren wat we er denken tegen te komen. Mijn blaren voel ik ondertussen groeien. Ik probeer er niet aan te denken. Ik hoop stiekem op een beetje begaanbaar pad op het eiland. Een negatieve verwachting kan ik niet bedwingen. Ik heb een beeld van hoge begroeiing en zandstranden. Waarom zou het anders zijn dan de uiterwaarden. Eenmaal beneden zie ik dat het een breed verhard pad is. Soms gravel soms betonplaten. Het loopt makkelijk. En ik ben blij.

De spoorbrug
Mijn stapjes worden alsmaar kleiner. De pijn in mijn onderrug neemt toe. Mijn voeten bijna ondraaglijk. “Ik moet mijn woord waarmaken”, denk ik. Immers ikzelf heb verkondigd dat het lijden bij het pelgrimeren hoort. Nou; lijden doe ik. We verlaten het eiland weer via een lange trap met lange “luie treden” omhoog. Boven ons denderen treinen heen en weer. Vanaf ver was dat een mooi gezicht zo in het donker. Op de brug lopen we in de richting van de kade. De trappen weer af en beneden even op een bankje liggen. Niet te lang en gedisciplineerd staan we weer op. De laatste honderd meter. Via het labyrint de trap op via de Sint Antonispoort in de richting van de Stevenskerk. De poort heeft in 1589 een belangrijke rol gespeeld in de aanslag op Nijmegen.

De Duivel
Afmelden doe je bij de duivel. Een beetje zoeken maar uiteindelijk vonden we hem op de brede trap naar de Stevenskerk toe. Uitgeput, pijnlijk, vol van emoties omhelsden we elkaar. We hadden het gehaald. En op geen enkele manier hadden we het ons zo voorgesteld. De dag begon totaal anders dan gepland. Ondanks alles had ik het niet anders willen doen. Ik had het met niemand anders willen lopen dan mijn partner.

Terug naar de tent
Eenmaal terug bij de tent hebben we de kachel aangestoken. Een dikke sigaar en een drankje hadden we wel verdiend. Heerlijk zitten in een warme tent. Uiteindelijk bleek dat ik op iedere hak een blaar had van 3 cm doorsnee.

Richard Göbel

En dan het gedicht:

De wandelterrorist

● Veel mensen lopen als vorm van bezinning maar na het voltooien voelt het voor ons als overwinning.

● We leven in een maatschappij van verleiding, alhoewel ik denk aan een twee-scheiding.

● Waar verleiding en afgunst op de loer ligt … wendt Nazar ons gezicht,

● We worden overvoerd met informatie en signalen wat ons zo nu en dan verleid om te doen dwalen.

● Overal is licht en geluid maar wandelen doe ik in liefde met mijn bruid.

● Alles moet veel en snel wat ik ervaar als een kwel.

● We leven in een maatschappij van de snelle behoeftebevrediging. Tot mijn verdriet ervaar ik dit als een belediging.

● Overdaad is overal. Helaas resulteert dit weer in veel (zwerf)afval.

● Het wandelen vertraagt alléz. Het wandelen zorgt voor ons rendéz.

● Als je wandelt dan heb je de kans om een tegenbeweging te geven. Het is fijn om het wandelen zo te leven.

● Je verzet je en doet toch iets goed.

● De Walk of Wisdom kent geen spoed.

● Als je wandelt dan ken je alles in perspectief.

● Uiteindelijk leer je dat alles is maar relatief.

● Het is een wijze manier van handelen. Vertragen zal jij door te wandelen.

● Lever deze bijdrage als contrabeweging jij… wandelterrorist …. en laat dit de nagel zijn aan jouw doodskist.

● Breng dit offer voor dit algehele balans in de maatschappij …en keer zo ons tij.

● Vertraag jij. Vertraag.

● Zet stap na stap.

● Voel ieder steenje ieder zuchtje wind…. ga maar niet gezwind.

● Goed is dit voor iedereen en ga met deze boodschap heen…. en nu meteen….

● Ga, pelgrim, ga.

16 november 2019

Richard Göbel-Frieswijk.