Stevenskerk, net na zonsopgang

Vanochtend iets na zonsopgang las eindredacteur en tekstschrijver Lucy Holl in de Stevenskerk een bladzijde voor uit Seizoenen van het Leven: een hedendaags getijden- en pelgrimsboek. Het was de vierde pelgrimslauden, een bezinningsmoment bij zonsopgang, iedere eerste zaterdag van de maand. Een verslag door pionier Damiaan Messing.

Het kost me moeite om uit bed te komen: het is 05.30u op een zaterdagmorgen midden in de vakantie. Ik kleed me aan en ga lopen. Buiten tref ik verlaten straten. Het licht is er al, maar de nacht is niet weg. De stadslantaarns staan nog aan en een floers van schemering ligt over stenen en bomen. Een merel zingt, terwijl een jong stelletje uitgelaten het centrum uit komt fietsen. Floep: de lantaarns gaan uit.

Ik zie twee verspreide wagens op een anders drukke weg, verder rust. Overal dat zachte licht van de morgen dat alles vriendelijk maakt, voordelig uit laat komen. Langzaam kleurt aan één kant van de hemel de lucht oranje. Ik sla de hoek om van een winkelstraat: tussen de gevels rijst hoog de Stevenkerk boven de daken.

Het is vijf voor zes, een uur later al dan twee pelgrimslauden terug. Achter de kerktoren grijstinten. In de paar minuten die ik over de kasseien naar de kerk loop, tipt de zon vanachter me héél licht wat wolken aan.

Met een man of negen gaan we de kerk in en lopen traag een omgang door de verlaten kerk. Met een sierlijk gebaar tilt de Stevenspedel het getijdenboek uit de bekisting en vleit deze op een lezenaar. De voorlezer van dienst schuift aan:

“Als je naar buiten gaat…

‘Als je naar buiten gaat, ga je niet naar binnen.’
Deze polaire stelling vond ik – toen ik hem ooit las – als een paal boven water staan.
Tenzij je pelgrimeert? Want dan ga je immers in de letterlijke zin naar buiten, juist met de bedoeling om met aandacht je innerlijke weg te gaan.
Als je zo buiten loopt, speelt vanzelf in je op wat nog niet tot rust gekomen is. En om je heen biedt de natuur metaforen die iets bij je aanraken. De ene keer zie je je gespiegeld in een uitgeholde, scheefgegroeide knotwilg met zijn rechte sprieten de lucht in. Een andere keer meen je iets te herkennen in een rustende koe die heerlijk ligt te herkauwen.
Een hele kunst om tijdens het lopen het denken te laten varen, te laten komen wat er komt en weer te laten gaan. Langzaam stilte gewaarworden en steeds minder een strakke scheiding tussen binnen in en buiten je. Mogelijk voetje voor voetje naar minder verdeeld, naar meer één zijn.

Trinette van Schijndel, beeldend kunstenaar (link)
In: Seizoenen van het Leven: een hedendaags getijden- en pelgrimsboek. Meer

De volgende pelgrimslauden is zaterdag 1 september om 06.48u.

Voorlezer van dienst: Lucy Holl: link