G_20150621_0245.jpg

G_20150621_0245.jpg

Geachte aanwezigen,

Ieder van u is wel bekend met de uitdrukking ‘out-of-the-box’-denken. ‘Out-of-the-box’-denken is niet veel anders dan een thema verbeeldingsvol, creatief, origineel, spontaan en idealiter ook nog onvoorspelbaar benaderen – waarbij de gedachten niet per se realistisch hoeven zijn, en er nog even niet hoeft te worden stil gestaan bij de eventuele praktische toepasbaarheid van de één of andere briljante dan wel markante inval.

Uiteindelijk levert ‘out-of-the-box’-denken altijd wel wat op, is de aanname. Iets waarmee je je voordeel kunt doen. Winst op de lange termijn.

De uitdrukking ‘out-of-the-box’-denken, suggereert dat al het andere denken ‘inside-the-box’-denken is. We hebben het niet in de gaten, maar zodra we aan het denken slaan, sluiten we ons dus op in een doos. Zelfs al is die onzichtbaar, de gedachte aan zo’n doos alleen al, kan benauwend zijn.

En om wat voor doos gaat het eigenlijk?

Een rechthoekige, formaat schoenendoos? Zo één waar je, met een beetje goede wil, een kijkdoos van kunt maken?  Of een grote kartonnendoos –  waar ijskasten en wasmachines in worden vervoerd? Is het een soort ‘black box’ die alle informatie uit de cockpit opslaat, voor geval van nood? Een rode of een blauwe doos? Een ronde, gebloemde hoedendoos met een grote roze strik er bovenop? Past alleen ons hoofd in deze denk-doos, of worden we, zodra we denken, van kop tot voeten door onze doos omhuld? 

Hoe is het dan gesteld met onze bewegingsvrijheid? 

U ziet, zodra we over de imaginatieve denkdoos gaan denken, denken we ons meteen weer uit de doos. We erkennen dat we ‘inside-the-box’ denken, we proberen ons een voorstelling van deze doos te maken, en binnen de kortste keren bevinden we ons hierdoor, en bijna vanzelf, weer ‘out-of-the-box’. In ieder geval als we over de buitenkant van onze doos gaan denken. Niemand heeft ons hoeven aansporen om ‘out-of-the-box’ te denken: het is al gebeurd voordat we er erg in hadden.

Dit bewijst dus dat onze gedachten vele malen vrijer zijn dan wijzelf: ze kunnen ons bevrijden, nog voordat we om bevrijding hadden gevraagd. Beter: nog voordat we wisten dat we gevangen zaten. 

Voordat de uitdrukking ‘out-of-the-box’-denken in zwang raakte, noemden we dit in het Nederlands heel simpel: ‘buiten-de-gebaande-paden-treden’. Dat is een veel vriendelijker term. En een ruimere term, want je kunt niet alleen buiten die gebaande paden denken, maar ook handelen, of leven.

Ook met deze uitdrukking wordt gesuggereerd dat we de meeste tijd vooral binnen de gebaande paden denken en leven en voelen en doen.

En daarbij is het waardeoordeel dan eveneens niet ver meer. 

De gebaande paden zijn paden voor van die bange, saaie, kleurloze, gemakzuchtige, de grote schreeuwers napratende, middelmatige kuddedieren, die hun leven inrichten zoals de meerderheid van de mensen dit doet. Zo, dat alles ‘…gewoon z’n gangetje gaat.’

Als er één type mens is dat willens en wetens kiest voor het begaan van het gebaande pad, dan is het de pelgrim wel. En hij geeft daarbij als reden dat hij los wil komen van gewoonten, vrij wil zijn van alledaagse drukte, zorgen en pleziertjes, ver weg van de vertrouwde en soms beknellende gang van zaken. Dat kan uiteraard ook door gewoon op vakantie te gaan.

Bevrijding, vrijheid is voor de pelgrim dan ook niet het enige doel.

Hij (of zij) wil nog iets anders: hij wil zichzelf tegenkomen. Zijn ‘ware’ zelf. Zijn wezen. Gedurende het lopen in de vaak eeuwenoude voetsporen van anderen, hoopt de pelgrim nieuwe inzichten op te doen. De moed te vinden om zijn rotbaan eindelijk op te zeggen. Of de kracht te vinden om zich te verzoenen met een echtscheiding die hij zelf nooit heeft gewild. Of ruimte te maken om de rouw om zijn overleden geliefde nu eens diep te doorleven, waarbij de tranen vrijelijk mogen stromen. Of indrukken te verzamelen voor nog te schrijven liedjes.

Sommige pelgrims willen bepaalde angsten overwinnen. Een enkeling wil bewijzen dat hij in staat is tot langdurige, eenzame bezinning – waarbij hij zich onderweg wil laten inspireren door de devote teksten van heiligen en mystici en filosofen. Alles vanuit het verlangen dat dit tot een fractie meer wijsheid zal leiden. 

Je zou haast denken: “Als de pelgrim tevoren al zo goed weet wat hij wil loslaten én wat hij wenst te bereiken, waarom blijft hij dan niet gewoon thuis – om middenin het vertrouwde leven dan toch die kalme tred en die onbevangen, ontvankelijke houding van de pelgrim te oefenen?”

Anders gezegd: is degene die begint te denken over de doos waarin hij opgesloten zit, niet allang uit de doos ontsnapt? Is degene die kiest voor het gebaande pelgrimspad, daarmee niet allang afgeweken van de gebaande paden? Ja en nee.

Behalve moed ontwikkelt de pelgrim onbedoeld ook wankelmoed.

Hij of zij kan gaandeweg inderdaad zijn angst voor loslopende honden overwinnen. Maar hij kan er onderweg opeens een angst voor onweer bij krijgen, als hij meemaakt hoe in een eikenboom pal naast hem plotsklaps de bliksem inslaat.
De rouw om zijn echtgenote kan zachter, milder worden – maar hij kan er nieuw, pijnlijk schurend, verdriet bij krijgen, bijvoorbeeld als hij onderweg steeds vaker moet terugdenken aan zijn jonggestorven vader, van wie hij nooit echt afscheid heeft kunnen nemen en met wie nog zoveel  had uit te zoeken.

Kortom, de pelgrimstocht reikt van alles aan, maar zelden uitsluitend dat, wat werd beoogd. Dat is alleen maar erg voor mensen die halsstarrig vasthouden aan het idee dat iedere onderneming, en iedere bezinnings- of denk-exercitie iets zou moeten opleveren. Dat je overal iets mee moet winnen: “Je laat een loden last los, maar je krijgt er dubbel goud voor terug. En dat is waar je het allemaal voor doet en voor hebt willen doen.”

Kan iemand nog zo’n succesvolle ‘out-of-the-box’-denker zijn, wars van gebaande, volgens hem tevens doodlopende paden – zolang hij blijft vragen naar dat wat deze bezinning iemand uiteindelijk oplevert, bewijst hij dat niets van pelgrimages, maar ook niets van het mensenleven zelf heeft begrepen. Dat hij zich vrijwillig heeft laten opsluiten in de grootste, meest tragische misvatting denkbaar: dat je overal ‘iets aan zou moeten hebben.’

Dat je overal ‘beter’ van moet worden.

Terwijl de pelgrim juist ontdekt dat alles altijd anders kan, zelfs minder kan, en dat er soms al na een paar uur doorbikkelen in hondenweer, met een pijnlijke rug, en muggenbulten, en blaren onder je voeten, weinig meer over is van je mooie voornemens en wensen. Je zelfbeeld krijgt een knauw, je ergert je aan de verheven, mooie teksten die je hebt meegenomen, en het valt je vies tegen dat voorbijgangers onvriendelijk zijn, hoe hard je ook glimlacht, dat dat ene café op de route uitgerekend vandaag gesloten is, dat je je mobiel nergens kunt opladen terwijl je ook nog eens onverwacht veel heimwee blijkt te hebben en, na jaren, vreselijk veel zin in een sigaret.

Kijk, dat is het. Daarmee doorlopen, soms stoïcijns, soms met de moed der wanhoop: dat is het echte uit-de-doos-denken, het echte ongebaande pad betreden, voor een echte ontmoeting met een echt deel van jezelf – het minst fraaie, het kwetsbaarste, het kinderachtigste, kleinzieligste en onredelijkste deel. En dat levert allemaal niets op. Je wordt er niet beter van, het leven wordt er niet mooier op; de manteltjes der liefde en de vrome leugentjes om bestwil zijn op en plotseling besef je, met je mond vol tanden en armoedig, want met lege handen, wat het woord ‘waarachtigheid’ zou kunnen betekenen.

Wie ooit oog in oog met waarachtigheid heeft gestaan, hoeft hierna geen dozen meer in of uit. Nooit meer. Hoeft geen helm meer op, met een vizier wat je kunt openen en sluiten naar believen. Hij heeft geen harnas meer nodig, en geen eelt op de ziel, geen fonkelend zelfbeeld en geen gedachten meer over gebaande en ongebaande paden.
Zolang hij maar in beweging blijft en ze herkent: al die andere mensen die, nog in een doos of al uit de doos, op zoek zijn naar waarachtige medepelgrims. Tegen de stroom in.

Verlost van de drukkende vraag hoe groot de winst zal zijn. 

Désanne van Brederode

Meer lezen van Désanne van Brederode 

Foto: Ger Loeffen