DSC0221-1080x675.jpg

DSC0221-1080x675.jpg

In de voorbereiding op een wandelroute volgend voorjaar las ik het volgende citaat: ‘’Een goede reiziger weet niet waar hij heen gaat, een perfecte reiziger weer niet waar hij vandaan komt.’’ Het citaat klonk mij bekend in de oren. Niet omdat ik het ooit eerder gezien had, maar omdat ik het tijdens een vorige wandeling erg sterk ervaren had. Ik was te voet onderweg van Nijmegen naar Istanbul en moest steeds maar dezelfde vragen beantwoorden. ‘Waar ga je heen?’ en ‘Waar kom je vandaan?’

Naarmate ik langer aan het lopen was merkte ik steeds meer dat het er niet echt meer toe deed waar ik naartoe ging. Istanbul was het doel, maar of ik daar aankwam maakte op dat moment niet zo veel uit. Ik was gewoon onderweg en zou wel zien waar ik die avond mijn tentje zou opzetten of mijn matje zou uitrollen. Antwoord geven op deze eerste vraag werd al na een week of twee, drie moeilijker. Maar ik zal nooit het moment vergeten dat ik niet meer wist hoe ik de tweede vraag moest beantwoorden.

Ik had net geluncht in een Gasthof. Na 4 dagen niet echt fatsoenlijk gegeten te hebben kwam ik daar uitgehongerd en als enige gast terecht. Eigenlijk was de keuken nog niet open, maar voor een vermoeide en hongerige wandelaar konden ze wel wat maken. Na het gebakken ei en het kaasplankje met smaak te hebben opgegeten, vulde ik mijn watervoorraad aan en hing de rugzak op mijn rug. Ik liep het erf af en sloeg rechtsaf een stijl pad omhoog het bos in. Net toen ik daar in de schaduw liep, kwam er een wat oudere man naar beneden gelopen. ‘Woher kommst du?’ vroeg hij met een sterk Bayerisch accent. ‘Van daar’, zei ik terwijl ik met mijn duim over mijn schouder wees. ‘Wohin gehst du denn?’ vroeg hij. ‘Die kant op’, antwoordde ik en wees naar voren. Een beetje verward keek hij mij aan. Of ik hem in de maling nam? Natuurlijk zag hij wel dat ik van beneden kwam en naar boven liep. Maar hij wilde weten waar ik echt vandaan kwam, waar ik begonnen was met lopen. Ik wist op dat moment noch waar ik heen ging, noch waar ik vandaan kwam. Het deed er niet toe. Ik stond hier op deze weg en ging die kant op. Meer was er niet. Die man stelde maar rare vragen…

Ergens was het vervelend dat hij me deze dingen vroeg. Toen ik wegging had ik hem natuurlijk verteld dat ik uit Nederland kwam, al vier weken onderweg was en naar Istanbul zou lopen. Ik zat weer in het kader. Maar hij liet me ook realiseren dat ik een punt bereikt had dat ik helemaal niet meer onderweg was. Ik liep gewoon, van hier naar daar, luisterend naar de vogels, pratend tegen de bomen.  Meer was er niet en meer hoefde er ook niet te zijn.

Een rondwandeling als de Walk of Wisdom maakt het nadenken over de eindbestemming van je wandeling nog overbodiger. Het is namelijk dezelfde als het vertrekpunt. Het doet er niet toe waar je vandaan komt of waar je naartoe gaat. In die eenvoud wordt een wandeling nog mooier. Je leert inzien dat er niet zoiets is als komen en gaan. Het zijn slechts bewegingen in de ruimte van de beperking terwijl je geest met de wind meewaait en begin noch einde kent.