Bert VelthuisVorige week ging ik op bezoek bij de Nijmeegse wethouder van cultuur Bert Velthuis. Ik wilde samen met Theo, de uitgever van ons pelgrimsgetijdenboek, polsen of de gemeente bereid is 2000 of 3000 startpakketten van pelgrims voor te financieren. In dit pakket zit het boek dat dubbelt als pelgrimspaspoort, een veter met het icoon van onze route en een set afbreekbare zakjes om zwerfvuil op te rapen. We vinden dat de prijs geen drempel mag zijn om een ´walk of wisdom´ te maken en willen de startpakketten in bulk inkopen. 

Het werd een geanimeerd gesprek.

Velthuis, lid van de SP en jarenlang docent kunst aan de hogeschool, kwam ons persoonlijk halen bij de balie van het stadhuis en liep ons voor door de gang. Zijn half lange, grijze haren wapperden door de ruimte en boden een luchtige tegenhanger voor zijn stevige postuur en stap.

Dus jullie zijn … pelgrims. Het was geen vraag. Ik voelde nuchtere spot. Inderdaad! Reageerde ik oprecht naïef.

Op de werkkamer schoof een van zijn ambtenaren aan. Theo, de uitgever, stak van wal over zijn volgend jaar te verschijnen boek. Ik volgde met een enthousiast verhaal over de Walk of Wisdom: wereldwijde route, alle mensen onderdeel van dezelfde aarde, los van een religie, telefoon en internet zoveel mogelijk uit, klein beginnen vanuit rondje Nijmegen en vandaaruit groeien.

Velthuis keek me de hele tijd aan. Onbewogen, zijn grote lijf als anker in de stoel.

Hij greep naar een denkbeeldig mobiel. Als ze ons over 1000 jaar opgraven, worden we gevonden met een telefoon in de hand.

Zijn ogen dansten. Keken me aan, licht nieuwsgierig.

Het is waar! Antwoordde ik. Dat maakt de route juist bijzonder: we creëren een ruimte waar dat mobiel een keer niet hoeft. Noem het 21e eeuws vasten. Doet iedereen voor een paar dagen goed.

Voor het eerst beweging in zijn schouders: hij haalde ze op.

Het klopt niet, opperde zijn ambtenaar, er is hier helemaal geen pelgrimstraditie.

Ik veerde uit mijn stoel. Klopt! riep ik. We laten die traditie ontstaan. De Camino naar Santiago is ook een keer begonnen. Het begon met inspiratie en groeide vandaar verder met steun van de machthebbers van toen. U bent een machthebber van nu.

De ambtenaar – tenminste – knikte, maar het enige dat bewoog bij Velthuis was zijn hoofd, dat van zijn ambtenaar naar mij keerde. Hij griste de routegids van onze pioniersroute het Streekpad Nijmegen van tafel en bladerde er doorheen.

Velthuis: Ik heb die route gelopen. Mooi hoor.

Ik kreeg hoop. Velthuis bladerde door. Even was het stil. Weet je wat de oplage hiervan is? Hij keek me aan. Ik: zo´n 2000 tot 2500. Velthuis: en hoe lang doen ze daar mee… 10 jaar?

Het begon te dagen dat we bij Velthuis aan het verkeerde adres waren. Hij ´zag´ het niet. Aan de andere kant: zijn vragen waren vanuit zijn positie begrijpelijk. De Walk of Wisdom is méér dan een wandelroute, ging ik daarom verder.

We voegen iets toe. De pelgrim gaat niet alléén op stap, maar met een boek vol overwegingen van symbolische voorlopers: bekende Nederlanders als Tommy Wieringa, Herman Wijffels en Inez van Oord die een pagina schreven over hun levensbeschouwing en ieder op hun eigen manier geloven in verbondenheid met anderen en de wereld. Aan het eind van de route schrijven pelgrims zélf zo´n pagina voor toekomstige uitgaven. Zo hopen we dat een nieuwe traditie ontstaat. We regelen ook pelgrimsherbergen waar pelgrims elkaar na een dag lopen ontmoeten.

Ijzige blik bij Velthuis.

U kent het fenomeen pelgrimsherbergen? vroeg ik.

Ja ….

Het bleek dat hij een stuk Santiago had gelopen en zich kapot stoorde: die hype, dat gesnurk van andere pelgrims.

Ik wees erop dat de hype een kans was: Santiago raakt met 210.000 pelgrims per jaar vol. Er is behoefte aan een nieuwe route. En als je niet van stapelbedden houdt, neem je een hotel.

Velthuis: Maar waarom zou je dat nou lopen …. een rondje?!

Ik legde uit dat dit de kern van onze boodschap was: waar je ook naar toe gaat, je komt altijd weer bij jezelf uit. Onze route gaat dan ook niet ergens naar toe, maar naar binnen.

Velthuis begon in zijn stoel te bewegen. Keek naar de ambtenaar, naar mij, naar Theo – we spraken vol vuur en zaten op het puntje van onze stoel en maakten brede gebaren. Er kwam iets van welwillendheid in zijn ogen.

Hij vond dat wel een leuk idee, van dat rondje. En om die rondjes rond steden dan met elkaar te verbinden, aardig.

Maar zijn lijf werd al snel weer een boomstam in de stoel.

Jullie zijn een stelletje idealisten. Je krijgt die mensen hier niet.

Einde gesprek.

Of Velthuis gelijk heeft? We zullen het zien.