Toon HoefslootEen tijd terug kwam ik bij Beuningen een man tegen die naar het leek in volmaakte rust over de dijk aan het wandelen was. Zijn pas was rustig, beschouwend en om zijn heup trok hij een fietskar die meedeinde op het ritme van zijn voeten.

Ik was net op weg om met mijn fietstassen vol een stapel postkaarten met het icoon van onze route – Pelgrim – weg te brengen en had een beetje haast. Maar toen ik hem tien meter had gepasseerd, trapte ik alsnog op de remmen. Ik moest die man spreken. 

De man bleek Toon Hoefsloot te heten. Zijn kar maakte dat hij langzaam loopt, maar daar genoot hij van. Een paar dagen helemaal weg van alles, niet wetend waar hij ’s avonds sliep: hij zette zijn tent wel ergens neer. Hieronder zijn eigen verslag van zijn tocht langs de rivieren. Dit is geen wandeling lijkt me, maar een `walk of wisdom`.

Wandeltocht Grote Rivieren.

 

Soms gebeuren vreselijke dingen. In juli stierven plotseling 300 mensen op gruwelijke wijze. De beelden staan mij en miljoenen anderen op het netvlies. Hoofd op hol van intensieve berichtgeving. Rust zoeken geboden. Daarvoor pak ik vaak de kajak, de zeilboot of de fiets. Deze keer de wandelkar. Inpakken met eenvoudige, voedzame proviand, kampeerspullen en water. Tijdens een vijfdaagse solo wandeling mag het goed komen in hoofd en hart. Het leed van tienduizenden kan ik er niet mee wegnemen, dat zou een arrogante gedachte zijn. Mezelf verbinden met dat leed kan ik wel en vertrouwen op de energetisch ondersteunende werking naar nabestaanden toe. Dat past mij beter dan bloemen leggen.

 

Langs de Rijn lopend naar Amerongen schoten mij oorlogsgeweld, complottheorieën, rampscenario’s en meestal eenzijdige propagandaberichtgeving door het hoofd. Wat willen regeringsverantwoordelijke kopstukken bereiken? Sluw spel wordt er over hoofden van slachtoffers heen gespeeld. Mijn blik gleed over zon weerspiegelend water, priemde in de lucht naar op thermiek cirkelende roofvogels, rustte dan weer op lieflijk bloeiende planten. Zullen we ooit weten?

 

Onderweg ontmoette ik verschillende mensen. Ze vroegen naar mijn ervaringen met de kar en mijn loopplan. Zo’n plan heb ik eigenlijk niet. Ik zie wel hoe het loopt en de kar volgt wel. Het gaat me niet om afstand, prestatie of andere stoerdoenerij. Het gaat om het lopen zelf en wat het onderwijl met mijn boosheid en verdriet doet. De kwaadheid om oorlogsgeweld, ranzige belangen, economische motieven en uitoefening van macht in sluwe politieke schaakspelen.

 

Zo liep ik langs uitgestrekte industrieterreinen richting Tiel. Efficiënte, schone optrekjes bedoeld voor productie en behoeftebevrediging. Ondernemingen die belangen genereren, producten bedenken en fabriceren voor mensen zoals ik, die maar wat graag consumeren. Complexe wereldwijde systemen die zorgen voor uitbuiting van mens en natuur. Boter smelt op mijn hoofd, net als bij menigeen.

 

Als ik rivieren zie, wordt er iets warm in mij. Weidsheid van water, nevengeulen, natuurontwikkeling en uiterwaardenlandschappen zijn mij aan mijn hart gebakken. Rivierenjongen in hart en nieren loopt langs de Waal en leest de waterbewegingen veroorzaakt door stroming en scheepvaart. Intussen schuiven kolen, schroot, gas, zand, grind en olie varend aan mij voorbij. De vaart der volken, productie en consumptie. Hebbedingen, gatgets.

 

Wat heb ik eigenlijk nodig? Niet meer dan wat ik bij me heb. Alle spullen thuis achtergelaten. Ik mis ze niet. Ik loop in vrijheid. Een groot goed. Ik geef het mijzelf. Uit het centrum van mijn lijf, Mingman, Hara, noem het maar, laat ik zonder te bedenken opborrelen wat me beweegt.

 

Nu en dan steek ik het water over met voetveren. Mensen met elektrische fietsen vergezellen mij op overtochten. Iemand vraagt mij of ik interesse heb in pelgrimswandelingen. Ik voel mij pelgrim. Onderweg in een wereld waarvan ik veel niet begrijp. Omdat ruzie over recht van overpad en de nieuwste smartphone voor zoveel mensen belangrijk schijnt te zijn. Het rennen en vliegen, het slopen van natuur. Het voor eigen gewin uit de aarde putten van grondstoffen over de hoofden van hele bevolkingsgroepen heen. Het met miljoenen tonnen plastic vervuilen van oceanen. Nog te weinig mensen lijkt het iets te doen. Schouders worden er over  opgehaald. Ach, mijn carrière, mijn hypotheek, mijn zorgpolis en het voetballen.

 

Wat kan ik er dan aan doen? Verhaal maken. Hopen dat mensen er iets uit meenemen. Respect bijvoorbeeld of bewustwording.

 

Weer langs de Rijn loop ik naar huis onder een gigantische onweersbui door. Het klinkt als een bevestiging van boven. Het stof spoelt de vogels uit hun veren. Jaagt mensen naar binnen. Onder een klein pluutje kuier ik afgekoeld mijn tuinpad op.

 

 Mijn gebed gebeden. De kop weer los.

 

 Toon Hoefsloot.